Categorieën
AI Ethiek Technologie Theologie

Opiniestuk Nederlands Dagblad – ‘Stel elkaar morele vragen over AI’

… Kunstmatige intelligentie zal ons met steeds meer morele vragen gaan confronteren. We gaan profiteren van doorbraken op medisch
gebied, maar komen ook in aanraking nieuwe schandalen die vergelijkbaar zijn met de toeslagenaffaire.

“Gradually, then suddenly” (langzaam en dan plotseling) is een beroemd citaat van de schrijver Ernest Hemingway uit zijn boek The Sun Also Rises (Nederlandse titel: En de zon gaat op) dat voor mij de ontwikkelingen in kunstmatige intelligentie (vaak afgekort tot AI, afkomstig uit het Engels Artificial Intelligence) weergeeft. Tot het voorjaar van 2022 leken de ontwikkelingen zich lineair voort te bewegen, tot in de zomer en het najaar een explosie van innovatie zich aandiende. Nieuwe AI-systemen, met namen als DALLE-2, Midjourney en ChatGPT, hielden de gemoederen behoorlijk bezig en lieten mensen eigenhandig ervaren hoe je met behulp van een simpele tekst-aanwijzing de computer van alles kon laten maken. Van surrealistische plaatjes van een groene kameel op de maan en stoelen in de vorm van een avocado tot en met nieuwe teksten voor Opwekkingsliederen en zelfs complete preken zijn er gegenereerd. Aan dat laatste zijn er ook in deze krant menig artikel en opiniestuk gewijd, maar ook op andere AI-fronten gebeurde er veel. Zo beweerde een medewerker van Google in juni dat hij geloofde dat chatbot LaMDA echt leefde en gevoelens had en kondigde Elon Musk namens zijn bedrijf Neuralink eind november aan dat hij binnen zes maanden het menselijk brein aan een computer wil koppelen om in eerste instantie mensen met een bepaalde soort blindheid weer te laten zien. In een recent rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) wordt AI systeemtechnologie genoemd, dat is technologie vergelijkbaar met elektriciteit en de verbrandingsmotor, die een “grote impact [heeft] op de samenleving, die vooraf niet kan worden voorzien.” Kortom, er is nogal wat gebeurd het afgelopen jaar op het gebied van AI en er staat ons volgens deskundigen nog veel meer te wachten waar we allemaal mee te maken gaan krijgen. Naast bewondering roept deze technologie bij velen ook de nodige ethische vragen op en vragen steeds meer mensen zich af hoever we hiermee mogen gaan.

Christen en AI

Wat moet je als christen nu aan met AI en hoe breng je dit dan in de praktijk? Zoals hierboven beschreven is, is AI in 2022 in een stroomversnelling terecht gekomen en de verwachting is dat deze technologie veel in de maatschappij zal gaan veranderen en ons met steeds meer morele vragen zal gaan confronteren. We zullen als samenleving kunnen profiteren van AI-doorbraken op bijvoorbeeld medisch gebied maar ook in aanraking komen met nieuwe AI-schandalen zoals de Toeslagenaffaire. Ook als christen zul je dit steeds meer gaan merken; zo kun je natuurlijk nu makkelijk een affiche voor een themadienst ontwerpen, maar kun je als ouder er ook achter komen dat je kind een schoolopdracht met ChatGPT gemaakt heeft (en dus eigenlijk fraudeert). Volgens de Amerikaanse theoloog Philip Hefner zijn wij als mensen created co-creators, oftewel wij zijn geschapen om dingen te maken en deze als christen in te zetten voor een betere en rechtvaardigere wereld (Micha 6:8). Dit geldt uiteraard ook voor AI en het is een morele plicht voor christenen om na te gaan hoe je hier op een verantwoorde manier mee omgaat.

Suggesties voor de praktijk

Tot slot, wil ik graag enkele suggesties aanreiken om dit concreet te maken. Het begint met bewustwording door bijvoorbeeld zelf eens te experimenteren ChatGPT of DALLE-2 om zelf AI te ervaren. Een volgende stap is om kennis op te doen over AI door bijvoorbeeld de gratis online Nationale AI-cursus te volgen of door bijvoorbeeld het AI-hoofdstuk in het boek Dank God voor techniek van Maaike Harmsen te lezen. Mijn laatste suggestie is om het gesprek met elkaar aan te gaan hierover. Doe dit in het klaslokaal, aan de keukentafel of de lunchtafel op het werk, of in kerkelijk verband, zoals in bijbelstudiegroepen of een themadienst over dit onderwerp. We kunnen gerust stellen dat AI het gradually-tijdperk achter zich heeft gelaten en we in 2022 het suddenly-tijdperk zijn binnengetreden.  Het is daarbij onze morele plicht als christenen om ons te verdiepen in AI en te zoeken naar manieren om deze technologie te gebruiken voor het welzijn van de mensheid, terwijl we ons tegelijkertijd bewust blijven van de mogelijke ethische problemen die kunnen ontstaan. Om in de stijl van AI af te sluiten heb ik ChatGPT gevraagd een slotzin voor dit opiniestuk te maken: Het is moreel wenselijk voor ons als christenen om ons te verdiepen in AI en te zoeken naar manieren om deze technologie te gebruiken voor het welzijn van de mensheid, terwijl we ons tegelijkertijd bewust blijven van de mogelijke ethische problemen die kunnen ontstaan.

Categorieën
AI Ethiek Theologie

Wat moet je als christen met kunstmatige intelligentie?

Technologie neemt een steeds belangrijker plaats in onze wereld in en het bepaalt steeds vaker hoe ons leven eruitziet. Volgens de bekende Canadese filosoof Marshall McLuhan vormen wij eerst technologie en daarna vormt het ons. Hoe de smartphone ons de laatste vijftien jaar gevormd heeft, is hiervan een mooie illustratie. Wordt deze technologie autonomer, dan dringen zich ook ethische vragen rondom verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid aan ons op.

De laatste tien jaar ontwikkelt de technologie zich razendsnel. Voor een groot deel speelt zich dat af in het digitale domein waarbij kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI) een technologie is waarover je steeds meer hoort. Het is lastig om precies uit te leggen wat AI nu eigenlijk is, omdat het niet gekoppeld is aan een specifiek product of een dienst, maar overal in zit. In het recente rapport Opgave AI van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wordt AI daarom ook ‘systeemtechnologie’ genoemd. AI in de eenentwintigste eeuw is wat elektriciteit en de verbrandingsmotor waren in de twintigste eeuw, technologieën die zorgen voor veel ontwikkelingen op veel fronten.

AI in de eenentwintigste eeuw is wat elektriciteit en de verbrandingsmotor waren in de twintigste eeuw, technologieën die zorgen voor veel ontwikkelingen op veel fronten

Maar wat is AI nu precies? Wellicht helpen een goede definitie en enkele voorbeelden om deze vraag te beantwoorden. Een goede definitie van AI staat in het WRR-rapport: ‘AI-systemen zijn systemen die intelligent gedrag vertonen door hun omgeving te analyseren en – met enige graad van autonomie – actie te ondernemen om specifieke doelen te bereiken.’ Het zijn dus slimme, zelflerende systemen die zelfstandig kunnen handelen. Wij hebben hiermee dagelijks te maken in ons werk en privéleven. Goede voorbeelden van AI zijn je navigatiesysteem in je auto of op je telefoon, de slimme aanbevelingen die je krijgt van muziek- en videodiensten en de camera in je telefoon die deze voor jou ontgrendelt op basis van gezichtsherkenning.

Afbeelding gemaakt door het AI systeem DALLE-2 met als invoertekst “Could robots be religious?”

Nieuwe olie

Een van de belangrijkste succesfactoren in AI is de overvloedige aanwezigheid van data. Data zijn de grondstoffen waaruit AI-algoritmes patronen leren herkennen. Op grond hiervan kunnen ze statistische voorspellingen doen die vaak erg nauwkeurig zijn. Dit krachtige mechanisme zorgt ervoor dat AI bijvoorbeeld in staat is te voorspellen welk onderdeel van een trein stuk zal gaan en vervangen moet worden, welke student voortijdig de opleiding gaat verlaten en op welke advertentie je zult gaan klikken.

Naast voorspellen, is AI een meester in het herkennen van patronen in data. Dit wordt veel toegepast, bijvoorbeeld in de zorg. Zo kunnen radiologen AI gebruiken om bijvoorbeeld sneller longontsteking op röntgenfoto’s te detecteren en kan AI al in een vroeg stadium symptomen van de ziekte van Alzheimer opsporen door het herkennen van bepaalde patronen in het woordgebruik.

Ook wordt AI steeds creatiever. Zo genereerde een AI-algoritme van Microsoft en de TU Delft in 2016 al een schilderij in de stijl van Rembrandt. Je kunt bovendien op www.thispersondoesnotexist.com door AI gegenereerde foto’s zien van mensen die niet bestaan, maar er wel levensecht uitzien. Data worden wel de nieuwe olie genoemd, omdat met behulp van AI allerlei slimme producten en diensten gemaakt kunnen worden die voor een beter leven gaan zorgen.

Voorbeeld van een foto van een persoon die door een AI systeem is gegenereerd en dus niet in werkelijkheid bestaat. Bron: www.thispersondoesnotexist.com

Maar zoals het gebruik van olie gezorgd heeft voor grote milieuproblemen, zo zit er ook een donkere kant aan het gebruik van data en AI. Een goed voorbeeld hiervan is de bekende toeslagenaffaire. Hierbij voorspelde het AI-model van de belastingdienst wie potentieel gefraudeerd zou hebben met toeslagen. Maar wat vooral naar voren kwam, was dat gewone mensen de dupe werden van een overheid die vertrouwde op een AI-model en daar ook rigoureus naar handelde. Het voorbeeld van de toeslagenaffaire laat vooral zien dat het gebruik van data en AI allesbehalve neutraal is en dat bestaande maatschappelijke vooroordelen juist versterkt en uitvergroot worden.

Autonoom

John McCarthy heeft in de jaren vijftig van de vorige eeuw de term AI bedacht. Hij onderzocht met een aantal wetenschappers of menselijke cognitieve eigenschappen ook zelfstandig door een computer konden worden uitgevoerd. Het zelfstandig uitvoeren van taken en nemen van beslissingen door AI neemt een steeds hogere vlucht. Zo zien we dat de AutoPilot van Tesla al volledig zelfstandig kan rijden op snelwegen, maar dat gelijksoortige algoritmes ook kunnen worden toegepast in autonome wapens. Er zijn, voor zover ik weet, nog geen volledig autonome wapens ingezet, maar we zien wel dat AI een steeds grotere rol speelt in bijvoorbeeld de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Zo worden er al semi-autonome drones gebruikt door het Oekraïense leger en is AI een belangrijk wapen dat gebruikt wordt in de parallelle cyberoorlog die uitgevochten wordt.

Dus: hoe autonomer AI wordt, hoe spannender de ethische vragen rondom verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Als je dit zou doortrekken naar een wereld waarin autonome AI slimmer is dan de mens, gaan ethische vragen over in existentiële vragen. Veel wetenschappers zullen zich dan afvragen hoe we AI zo kunnen blijven controleren dat het ten dienste staat van de mens en niet andersom. In zijn boek Robot Theology laat de Amerikaanse theoloog Joshua Smith zien dat deze existentiële vragen zo oud zijn als de mensheid zelf. Hij schrijft dat in verschillende mythen uit de oudheid volken gebiologeerd zijn door het maken van kunstmatig leven. In de westerse cultuur zijn het verhaal van Frankenstein uit de roman van Mary Shelly of bijvoorbeeld sciencefiction films als Terminator en Ex Machina daarvan goede voorbeelden.

Spiegel

In Genesis 1:27 staat dat God de mens geschapen heeft naar zijn beeld. Verderop krijgt de mens de opdracht om de aarde te bewerken en te onderhouden. Er zijn veel boeken aan deze tekst gewijd en het is op verschillende manieren uitgelegd, maar een belangrijke lezing waarover veel theologen het eens zijn, is dat de mens een creatief wezen is, met andere woorden: de mens kan dingen maken.

De mens is een “created co-creator

Philip Hefner

De Amerikaanse theoloog Philip Hefner noemt de mens een created co-creator: wat de mens creëert, is een afspiegeling van wie de mens is en indirect van wie God is. Hefners visie is veel bekritiseerd en de vele voorbeelden van misbruik, onrecht en roofbouw op de natuur laten zien dat niet alles wat de mens creëert ter eer en glorie van God is. Hefners visie houdt christenen wel een kosmologische spiegel voor als leidraad voor je leven: dat God alles gemaakt heeft en alles in zijn hand heeft (Psalm 8:4-5). Dit geldt dus ook voor AI; dit kan en mag gebruikt worden ter opbouw van Gods koninkrijk.

Maar AI houdt mensen ook een andere spiegel voor en reflecteert wie wij zelf zijn en wat wij doen. AI kan op veel terreinen al hetzelfde als wat mensen kunnen en vaak ook veel beter. De AI van Googles AlphaGo was bijvoorbeeld in 2016 al in staat om de wereldkampioen Go, het moeilijkste bordspel ter wereld, te verslaan. In 2010 dachten geleerden nog dat het minimaal vijftig jaar zou duren voordat dit mogelijk zou zijn. Kortom, AI zal op steeds meer fronten dingen beter, sneller en efficiënter taken kunnen uitvoeren dan mensen. Voor de langere termijn rijst de vraag in hoeverre mens en AI samen kunnen werken of dat AI banen zal gaan overnemen.

Vanuit theologisch oogpunt roept dit steeds meer antropologische vragen op: wie mag ik zijn als mens in deze wereld waarin AI een steeds prominentere rol speelt? Hoe moet ik mij verhouden tot robots en andere autonome, steeds slimmer wordende systemen? Zijn robots straks onze nieuwe naasten en krijgen zij ook rechten en verantwoordelijkheden of blijven we er met een instrumentele blik naar kijken als een tool die ons leven gemakkelijker maakt? Deze vragen worden des te verontrustender in tijden waarin de mens steeds minder als kroon van de schepping wordt gezien en waar niet-menselijke schepselen als dieren, rivieren en bergen steeds meer morele en juridische rechten krijgen. AI spiegelt ons wie wij zijn als mens en confronteert ons niet alleen met antropologische vragen maar ook met diepe, existentiële vragen over de zin van het leven. De christelijke theologie heeft goede papieren om juist aan deze discussie een zinvolle bijdrage te leveren.

Doel

Zoals we hiervoor zagen, is AI ten diepste religieus en niet, zoals vaak wordt gedacht, waardenvrij en religieus neutraal. AI vormt ons leven door het gemakkelijker, sneller, veiliger en efficiënter te maken. De frictie die aan ons leven eigen is, verdwijnt hiermee steeds meer. Wat zijn de onderliggende redenen en waarden hiervoor, met andere woorden, vanuit welk mens- en wereldbeeld wordt AI ingezet?

De Amerikaanse techniekfilosoof Evgeny Morozov noemt het mensbeeld dat alles maakbaar is en alle wereldproblemen met technische middelen op te lossen zijn ‘tech-solutionisme’. Voor sommigen is het ultieme doel van AI een wereld waarin mens en machine samensmelten tot een nieuwe Übermensch. Sommige visionairs uit Silicon Valley, zoals Googles Ray Kurzweil durven daarbij al te dromen dat de mens onsterfelijk wordt, oftewel met behulp van AI het eeuwige leven in de cloud beërft. Het geloof dat AI ons zal verlossen en ons zal leiden naar een hemel op aarde is gebaseerd op het beeld van de mens als machine. Maar wat zal uiteindelijk de rol van de mens zijn als alles is geautomatiseerd en wat is dan de zin van het leven?

Deze kritische houding vind je ook terug bij vele hedendaagse denkers als rabbi Jonathan Sacks, Hans Schnitzler en Miriam Rasch. In haar boek Frictie schrijft Miriam Rasch dat mensen steeds vaker worden gereduceerd tot de verzameling data die ze zijn en produceren, dataïsme genaamd, wat leidt tot gemak en frictieloosheid, maar juist ook tot voorspelbaarheid en zinloosheid. Juist in de frictie in het leven, het ongemak, de veelkleurigheid van het leven komt de waarde van het mens-zijn naar voren.

Recht en gerechtigheid

Vanuit de christelijke theologie is het vermogen om relaties met anderen te hebben een van de kenmerken van de mens. De gave om anderen lief te hebben en naar anderen om te zien is wat het leven waardevol maakt en zin geeft. Juist in een wereld waarin AI een steeds belangrijkere rol speelt, wordt het omzien naar anderen steeds belangrijker. Dit oeroude christelijke mensbeeld is een helder baken in de woelige AI-wereld. AI is niet meer weg te denken uit onze wereld en zal een steeds prominentere rol innemen in onze maatschappij. Ook als christenen mogen wij dit oeroude mensbeeld inzetten door, juist in een wereld waarin AI steeds belangrijker wordt, om te zien naar onze naasten en recht en gerechtigheid na te streven zoals beschreven staat in Micha 6:8 (NBV21): ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.’

Doorpraten over AI

Bovenstaand artikel wil je bewust laten worden van de rol die technologie, en dan met name AI, al speelt in ons leven. Het is nuttig om hierover verder na te denken en door te praten in bijvoorbeeld je bijbelstudiegroep of als kerkenraad. De volgende gespreksvragen kunnen daarbij behulpzaam zijn.

  • Hoe werkt AI in jouw leven? Noem enkele positieve en negatieve voorbeelden.
  • Hoe zou AI kunnen bijdragen aan recht en gerechtigheid in deze wereld?
  • In hoeverre zouden we slimme, autonome robots in de toekomst als nieuwe naasten moeten zien?
  • Waar moeten we de grens trekken qua autonomie? In hoeverre is het wenselijk om bijvoorbeeld AI te gebruiken in autonome wapens?
  • Wat zijn goede manieren om te voorkomen dat je op social media een tunnelvisie ontwikkelt en welke rol speelt AI hierin?

Update naar aanleiding van ChatGPT

Eind 2022 werd het internet overspoeld door allerlei teksten die zijn gemaakt met de chatbot ChatGPT van het Amerikaanse bedrijf OpenAI. ChatGPT is een vorm van generatieve AI dat zelf in staat is om allerlei soorten teksten te genereren zoals krantenartikelen, gedichten, beleidsnota’s, schoolopdrachten, marketingplannen, samenvattingen tot en met kant en klare computercode. Er is door allerlei mensen mee geëxperimenteerd en het heeft ook de wereld van de theologie bereikt. Zo maakte voorganger en docent aan het Baptistenseminarium Marijn Vlasblom een preek hiermee waarvan collega’s niet doorhadden dat deze preek door ChatGPT was gemaakt.

ChatGPT is enorm populair en had binnen 6 dagen 1 miljoen gebruikers (ter vergelijking: bij de iPhone duurde dit 74 dagen) en deze hype kreeg veel aandacht in de media en is ook door diverse christelijke media opgepakt. In dit naschrift wil ik een korte reflectie geven over dit fenomeen door als eerste kort uit te leggen hoe het werkt, in te gaan op mogelijke toepassingen en als laatste een aantal gedachtes wat je hier als christen nou mee moet.

Hoe werkt ChatGPT

ChatGPT is een vorm van AI dat gebaseerd is op GPT-3. De afkorting GPT staat voor Generative Pretrained Transformer en is een taalmodel dat met behulp van slimme algoritmes in staat is om heel veel teksten te lezen en de verbanden tussen de woorden, zinnen, alinea’s etc. hierin te analyseren. Hierdoor ontstaat een heel groot voorgetraind model wat heel goed in staat is om te voorspellen wat het volgende woord is in een reeks gegeven woorden. Deze technologie bestaat al jaren maar de gebruikersvriendelijkheid, de overtuigende eindresultaten en het feit dat ChatGPT onthoudt wat je eerder gezegd hebt, maakt dat mensen die ermee werken er zeer van onder de indruk zijn. Zie hieronder een voorbeeld van een tekst die ChatGPT gemaakt heeft in antwoord op de vraag “Schrijf een opiniestuk van 200 woorden wat een christen moet vinden van generatieve AI technologie

Opiniestuk geschreven door ChatGPT. Bron: https://chat.openai.com/chat

Ik zou iedereen uit willen dagen om eens met ChatGPT te gaan spelen om een gevoel te krijgen wat dit soort technologie allemaal kan. Ga hiervoor naar de ChatGPT website, maak een account aan en leef je uit. ChatGPT spreekt vele talen waaronder Nederlands.

Mogelijke toepassingen en bedenkingen

Velen zien allerlei mogelijkheden wat je met deze vorm van AI kan bewerkstelligen. Trendwatcher Jarno Duursma formuleert het als volgt “Geen twijfel: deze software markeert een nieuw tijdperk. Slimme software als creatieve assistent, als oneindige ideeën machine, als slimme/ domme content schrijver, creatieve denker en vraagbaak.” Tegelijkertijd roept deze technologie allerlei (ethische) vragen op omtrent copyright, plagiaat, fake nieuws, betrouwbaarheid en wie de waarheid bepaalt. ChatGPT is ontwikkeld door het commerciële Amerikaanse bedrijf OpenAI hetgeen inhoudt dat het voor de buitenwereld onbekend is hoe het model onder de motorkap werkt (“black box”) en dat zij daarmee ook de morele grenzen van het systeem bepalen. Critici zijn vooral kritisch op het feit dat ChatGPT zeer overtuigend kan overkomen maar werkelijkheid geen flauw benul heeft wat zij zegt, met andere woorden, ze kan dus ook zeer overtuigend onzin verkopen. Professoren noemen het ook wel een ‘stochastische papegaai’ en theoloog Stefan Paas vergelijkt het met een “een student die zich door een mondeling heen bluft. Je ziet alleen geen rood gezicht en zweetdruppels.” Trendwatchers Sander Duivestein en Thijs Pepping gaan nog een stap verder en zeggen in een opiniestuk in NRC dat “het grote gevaar is niet dat de machinale verzinsels voor waarheid worden aangenomen, maar juist dat het steeds moeilijker wordt om de waarheid te achterhalen.” en zij pleiten ervoor dat het gebruik van ChatGPT moet worden beperkt en dat misbuik strafbaar moet zijn. Kortom, deze tool doet heel wat stof opwaaien en het is ook terecht dat hier kritische vragen bij worden gesteld.

Christelijke reflectie

Het fascinerende aan AI is dat ik er als theoloog allerlei christelijke noties in kan herkennen. Van het verlossings-narratief waar AI de wereld gaat redden in de klimaatcrisis tot en met de mystieke ervaringen die AI onderzoekers hebben gehad die met GPT-4 1 gewerkt hebben. Naar aanleiding van ChatGPT gaan theologen Alain Verheij en Arnold Huijgen in de rubriek Theologisch Elftal in Trouw in op de vraag of AI een bedreiging voor ons godsbeeld is. Verheij’s conclusie is dat AI te vergelijken is met oude godsbeelden die een uitvergroting van de mens zelf zijn, en dat wel degelijk een ontwikkeling is die hem zorgen baart. Huijgen wijst erop dat wij als mensen relationele wezens zijn en verbonden zijn in een gedeelte kwetsbaarheid en sterfelijkheid hetgeen AI nooit zal kunnen voelen.

Al met al kun je dus wel concluderen dat ChatGPT veel los maakt en voor- en tegenstanders buitelen over elkaar heen met allerlei meningen en bespiegelingen hierover. Maar wat moet je hier nu mee als christen? Het is goed om te beginnen, zoals hierboven reeds is beargumenteerd, om na te gaan wat het doel is van ChatGPT. OpenAI, de eigenaar en ontwikkelaar van ChatGPT, is een Amerikaanse commercieel bedrijf dat als missie heeft “to ensure that artificial general intelligence benefits all of humanity.” waarbij zij met artificial general intelligence intelligente autonome systemen bedoelen die slimmer en beter zijn dan mensen in het uitvoeren van taken zoals bijvoorbeeld werk 2. Dit klinkt in eerste instantie veelbelovend, maar het is goed om je te beseffen dat AI nooit neutraal en waardenvrij is en het is derhalve verstandig om kritisch te reflecteren vanuit welke mens- en maatschappijvisie een product als ChatGPT ontwikkeld is en welke gevolgen dit heeft voor keuzes die gemaakt worden bij het ontwikkelen van dit product. De gevolgen bij het gebruik is te merken dat de normen voor wat wenselijk en niet wenselijk is, bepaald zijn door OpenAI.

ChatGPT is, denk ik, een voorbode van vele slimme AI oplossingen die de komende jaren een steeds belangrijkere rol in ons leven en in onze maatschappij gaan spelen. Het is daarom goed om hiervan kennis te nemen maar ook kritisch hierop te reflecteren dat dit soort tools nooit neutraal zijn en om na te gaan hoe dit kan gaan helpen om te zien naar onze naasten en recht en gerechtigheid na te streven. Ik hoop dat artikel je handvatten gegeven heeft die je hiermee kunnen helpen.

Categorieën
AI Ethiek Technologie Theologie

Book review Following Jesus in a Digital Age by Jason Thacker

What does it mean to follow Jesus in a digital age is a question many people ask themselves, but there are not many resources to date that help answer this question. Jason Thacker, who is the chair of Research in Technology at the ERLC Research Institute, has filled this void by writing this book. According to Thacker the main goal is “to [help] better understand that we are each being discipled every day by the technologies we use, whether we realize it or not” (3) and by making us think how we can navigate our digital society in a “moral, holistic, and deeply biblical way” (6). The book that comes in a handy takeaway size, contains four thematic chapters about wisdom, truth, responsibility, and identity and an appendix that contains a note to (church) leaders.

The first chapter explores the question what it means to follow Jesus wisely in a digital age. Wisdom starts with taking a step back to reflect on how technology is shaping us in our daily lives and Thacker draws on the work of the French sociologist and theologian Jacques Ellul to demonstrate how humans and technology have been in a complex relationship since the beginning of the world. The mindset in our 21st century society is that we should be able to solve every world problem with technology (‘there’s an app for that’) and technology has permeated almost every aspect of our daily lives. In a way our world, and henceforth our worldview, gets more and more mediated through technology. Ellul already wrote about this technological imperative in the pursuit of efficiency and progress in his book The Technological Society more than seventy years ago and his analysis still holds today. In the last part of this chapter Thacker describes what it means to be wise as it is described in the  biblical Wisdom literature. Being wise is not to walk the path of technology towards more efficiency, but to reorient oneself to a full flourishing life as God intended it to be. Christians are all called to show wisdom in the digital public square. The second chapter is about pursuing truth. According to Thacker the root cause of the current post-truth era is not technology, but the scientific worldview that moved transcendency out of our society; we have moved from a God-centric world to a self-centred world where truth has been personalized and weaponized as propaganda. This has led to a world that gets inundated with dis- and misinformation which has been amplified and accelerated by technology. With the advent of new AI-powered technologies like deepfakes it is only expected to get worse as Thacker expects. He calls upon Christians to act wisely and pursue the Truth and be accountable for one’s own behaviour in dealing with mis- and disinformation. Being responsible in a curated age is the theme of the third chapter where the author advocates for being mindful of what content is being presented to you and why. In what I consider to be one of the best sections of the book, Thacker explains the rationale of content moderation by big tech companies and how they often fail to account for minority views which clearly can impact expressing Christian values that deviate from society’s values. In the last part of the book Thacker argues that Christians should take personal responsibility for their actions and not blaming technology or the other when things get polarized. One of the root causes for this polarization is the pursuit for building (online) identities by identifying us with (digital) communities that give a sense of belonging, purpose, and safety; Thacker challenges Christians to take the long Biblical view as they already have a place where they belong.

Reading this book may give the reader an uncanny, even dystopian view on the role technology is playing in our society, despite the author mentioning positive use cases of technology. Christians may also be thankful for the gift of technology in their lives, and I would have liked to have this point more emphasized in the book to develop a balanced and realistic point of view on technology. The best part of this book is the long biblical view the author takes on what it means to be a Christian in this digital world by drawing on biblical wisdom. This book will be helpful for any church leader, theologian and preacher who wants to develop a biblical perspective on our technological mediated age but I would recommend reading this book in parallel with a book that focuses more on how technology could be used for good so one can develop a realistic, well informed perspective on what it means ‘to be present in the modern, digital world’ to paraphrase Ellul.

Jason Thacker, Following Jesus in a Digital Age, (Nashville TN, B&H Publishing, 2022), 163 pp., USD 12.82, paperback (ISBN 978-1087754598).

Categorieën
AI Ethiek Technologie Theologie

Reactie op artikel ‘Kunstmatige Intelligentie en het gevaar van reductionisme’ van Jochemsen/ Peters

Gepubliceerd in Radix 2022-02 en ook te lezen op de website van Techtics

Inleiding

Het themanummer over kunstmatige intelligentie, hierna verder afgekort tot AI,[1] van het christelijk tijdschrift Radix bevat diverse artikelen over de rol die AI speelt in onze samenleving en in het bijzonder hoe dit gekoppeld is aan geloof en ethiek. Zoals ik vorige maand al op Twitter aankondigde, geef ik in dit artikel een reactie op het artikel van Jochemsen en Peters (2022) waarin zij betogen dat AI in zichzelf leidt tot een reductie van de werkelijkheid waarbij zij in hun betoog gebruik maken van de inzichten uit de Reformatorische wijsbegeerte van de Nederlandse filosoof Herman Dooyeweerd (1894-1977). Ik ben zelf erg gecharmeerd van Dooyeweerds visie op de werkelijkheid en was ook blij verrast dat beide heren zijn gedachtengoed gebruiken om het verschijnsel van AI te analyseren.

Wat is AI?

Het lezenswaardige artikel begint met een uiteenzetting van voorbeelden waarin de goede en de donkere kanten van AI worden duidelijk gemaakt. Ondanks dat de lezer een indruk krijgt wat AI ongeveer is, ontbreekt het aan een goede definitie ervan. Ik vind dit persoonlijk een gemiste kans omdat het hierdoor niet altijd helder is wanneer de auteurs over AI spreken, of in het algemeen over technologie. Een goede definitie die ik zelf vaak gebruik in mijn dagelijkse werk als docent en spreker over AI staat in het recente WRR-rapport over AI (WRR 2021) waarin AI gedefinieerd wordt als “systemen die intelligent gedrag vertonen door hun omgeving te analyseren en – met enige graad van autonomie – actie te ondernemen om specifieke doelen te bereiken” (WRR 2021: 12). Een heldere definitie is het vertrekpunt om duidelijk te schetsen wat AI is en daarbij af te rekenen met een hardnekkige, maar verkeerde, beeldvorming die er is in onze maatschappij. Het is niet voor niets dat demystificatie van AI (WRR 2021: 139-144) als een van de vijf opgaven wordt genoemd waarin duidelijk moet worden gemaakt waar we het nu eigenlijk precies over hebben als we over AI spreken, met andere woorden, wat is AI wel en wat is het ook vooral niet.

De beide auteurs schrijven terecht dat big data een essentieel onderdeel van AI is, echter men verzuimt om ook hier een goede definitie te geven zodat het gevaar ontstaat dat mensen hun eigen verwachtingen gaan projecteren op wat big data is. Daarnaast zou je je kunnen afvragen of er ook zoiets is als small data en of dit geen invloed heeft op AI. Mijn insteek is dat alle data de belangrijkste grondstof zijn voor AI, of zoals ik elders geschreven heb, dat data wordt gezien als de nieuwe olie (Esselink 2022: 6). Data is de brandstof voor algoritmes die met behulp van statistische technieken, hetgeen we vandaag vaak machine learning noemen, voorspellingen kan genereren die de input vormen voor AI systemen. De informatie die door AI wordt gegenereerd, wordt vaak gezien als nieuwe kennis die moet leiden tot het nemen van betere beslissingen. Jochemsen en Peters (2022: 116) verwijzen hiervoor naar een bekend model uit de wereld van analyse: het DIKW-model en laten tegelijkertijd met behulp van Dooyeweerds filosofie dat kennis niet tot informatie te herleiden is.

Dooyeweerd en AI

Het interessante aan Dooyeweerds beschrijving van de werkelijkheid is dat dit, mijns inziens, een van de beste beschrijvingen/ modellen in de filosofie is die poogt om recht te doen aan de complexiteit, veelkleurigheid en ambiguïteit van de realiteit. Het resultaat is een model dat een goede basis vormt voor de antropologische vraag wie de mens is en hoe deze zich tot zijn/ haar technologische omgeving moet verhouden, met andere woorden, Dooyeweerds filosofie biedt een uitstekende basis voor techniekfilosofie zoals door anderen ook eerder is uitgewerkt (zie bijvoorbeeld Verkerk 2014, Verbeek 2008). De kracht van Dooyeweerd zit in de anti-reductionistische benadering van de werkelijkheid en het is ook terecht dat de auteurs wijzen dat een groot gevaar van AI is dat de werkelijkheid wordt gereduceerd tot de modaliteiten data en ruimte. Het is niet voor niets dat in een recent rapport van de Nationale Ombudsman terecht gewaarschuwd wordt dat een burger meer is dan een dataset (Ombudsman 2021). Onze hang naar technisisme (Jochemsen & Peters 2022: 112) zorgt ervoor dat we in deze tijden proberen met behulp van data en AI grip op de werkelijkheid te krijgen die leidt tot zekerheid, veiligheid en betekenis. Er wordt in het artikel overtuigend beargumenteerd dat technologie daardoor niet neutraal is en een veel grotere spirituele lading heeft dan menigeen zich beseft. Door het gebruik van Dooyeweerds modaliteiten ben je dus in staat om de rol van technologie goed te analyseren. Ik vind dat beide auteurs dit overtuigend hebben weergegeven in dit artikel. Waar het aan schort is dat het niet altijd duidelijk is of men het heeft over de rol van technologie in zijn algemeenheid of over AI. Ik had graag gezien dat beide heren in de toepassing van Dooyeweerds techniekfilosofie specifieker op het domein van AI waren ingegaan. Daarnaast spreken zij ook over het verschil tussen correlatie en causaliteit en lijkt het alsof door AI dit verschil niet meer bestaat en er daardoor verkeerde beslissingen worden genomen. Dit zal ook wel regelmatig gebeuren, maar ik vind dit veel te generaliserend, omdat ik weet dat vanuit de beroepspraktijk van data scientist en AI-ingenieurs hier heel veel aandacht aan wordt besteed om dit zoveel mogelijk te voorkomen (Sahoh et al. 2022). De werkelijkheid is dus veel genuanceerder dan hier wordt geschetst. Daarnaast is het jammer dat er in dit artikel geen aandacht is voor andere problemen die AI met zich meebrengt zoals impliciete vooroordelen, racisme, privacy en verantwoordelijkheid voor de uitkomsten van algoritmes om er maar een paar te noemen (zie bijvoorbeeld Muller (2020) voor een goede introductie). Als laatste vind ik dat de auteurs het begrip data te veel veralgemeniseren en het daardoor onterecht zien als één modaliteit waartoe de werkelijkheid gereduceerd kan worden. In de werkelijkheid speelt de dataficering een steeds belangrijkere rol op meerdere modaliteiten, oftewel, op verschillende niveaus neemt de rol van data toe. Een voorbeeld hiervan is de toename van de rol van data in de psychologie en biologie wat geleid heeft tot nieuwe specialismen die computational psychology of computational biology worden genoemd (Bartlett et al. 2022).

Conclusie

Ik vind dat de auteurs een goede bijdrage hebben geleverd in dit artikel door AI te analyseren met behulp van Dooyerweerds filosofie. Door het gebrek aan goede definities gaan ze soms te kort door te bocht en is het soms te generaliserend. Ik hoop dat deze reactie daarom een welkome aanvulling op dit artikel mag zijn.                                                                 

Bibliografie

Bartlett, L., Pirrone, A., Javed, N., & Gobet, F. (2022). “Computational scientific discovery in psychology.” Perspectives on Psychological Science.

Esselink, Jack. (2022). “Wat moet je als christen met kunstmatige intelligentie?” OnderWeg, jaargang 8 #5, 6-9. https://www.onderwegonline.nl/20561-wat-moet-je-als-christen-met-kunstmatige-intelligentie.

Jochemsen, Henk & Peters, Hugo. (2022). “Kunstmatige Intelligentie en het gevaar van reductionisme.” Radix 48 #2, 107-119.

Müller, Vincent. (2020).  “Ethics of Artificial Intelligence and Robotics”, The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Summer 2021 Edition), Edward N. Zalta (ed.), https://plato.stanford.edu/archives/sum2021/entries/ethics-ai/.

Ombudsman, Nationale. (2021). Een burger is geen dataset – Ombudsvisie op behoorlijk gebruik van data en algoritmen door de overheid (Den Haag: Nationale Ombudsman) https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/onderzoeken/2021021-een-burger-is-geen-dataset.

Sahoh, B., Haruehansapong, K., & Kliangkhlao, M. (2022).” Causal Artificial Intelligence for High-Stakes Decisions: The Design and Development of a Causal Machine Learning Model.” IEEE Access, 10, 24327-24339.

Verbeek, P. P. (2008). “Disclosing visions of technology.” Techné: Research in Philosophy and Technology, 12(1), 85-89.

Verkerk, M. J. (2014). “A philosophy-based ’toolbox’ for designing technology: The conceptual power of Dooyeweerdian philosophy.” Koers: Bulletin for Christian Scholarship, 79(3), 1-7.

WRR. (2021). Opgave AI – De nieuwe systeemtechnologie. (Den Haag, Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid) https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2021/11/11/opgave-ai-de-nieuwe-systeemtechnologie.


[1] AI is de gangbare afkorting voor kunstmatige intelligentie en is gebaseerd op het Engelse Artificial Intelligence.

Categorieën
Ethiek Technologie Theologie

Book review ‘Theology, Ethics, and Technology in the work of Jacques Ellul and Paul Virilio’ by Michael Morelli

Many books have been written about Jacques Ellul’s writings on ethics, technology, and theology; however, only a few books contrast and compare his work with other contemporary scholars.[1] Michael Morelli’s book, which is based on his PhD-thesis, draws important lessons from the theology, ethics, and technology in the work of Jacques Ellul and Paul Virilio. Morelli, an assistant professor in Theology, Culture & Ethics at Northwest College and Seminary in Canada and the author of various articles and essays on Ellul, describes the commonalities between Ellul and Virilio; they both lived and worked in secular post-war France and are both well known for their critical work regarding the role of technology in society. According to Morelli, “Ellul and Virilio directly teach us how to identify, expose and dismantle the modern world’s idolatry of technology” (3). Morelli hopes his book will “help readers gain insight […] in [Ellul and Virilio’s] writings on technology because these insights do not receive as much attention as others” (17). Morelli clearly demonstrates how the perspectives of both scholars provide a surprisingly complementary critique, one which can help 21st century Christians navigate our technologically mediated world.

The book sets out by describing Ellul and Virilio’s context in post-war France. Morelli demonstrates how their works are heavily influenced by the role technology played during and after World War II. Both scholars consider technology to be a synonym for modernity and they critically assess technology’s role in shaping modern society. Both Frenchmen experienced the dark side of technology during the war as well as the good side that helped rebuild French society afterward. In the subsequent chapters Morelli provides an extensive introduction to Ellul’s and Virilio’s perspectives on how technology shapes modern society and has become modernity’s primary idol. Of particular interest is Morelli’s demonstration that Ellul and Virilio trace back technology’s roots in the Bible and use their personal Christian faith as the basis for their ethics.

Morelli’s book provides a good and comprehensive introduction to Ellul’s perspectives on technology, ethics, and theology and is a great primer for anyone who is new to Ellul’s work. Ellul understands modern society to be driven by technique which he describes as “the most efficient way to produce something for the lowest cost at a given point in time” (33), the sum total of technology, technological discourse, and propaganda. Technique is sacralized in modern society and this sacralization provides justification for the idolatry of progress. Ellul thinks modern man is just as religious as the medieval man, only the gods have changed to technology and science. Ellul traces the roots of technology to Genesis 4 where Cain is depicted as the first person in the Bible to walk away from God and use technology— namely the city and clothing — to protect and make a name for himself. For Ellul, the main responsibility for modern Christians is to clothe themselves with Jesus and reject the way of Cain’s worldly [metaphorical] clothing. In putting on Jesus, the Christian enters into freedom from the spiritual powers of efficiency.

Many readers of this review will be unfamiliar with the work of Paul Virilio; Morelli’s overview lays a good foundation to grasp his key insights. Virilio takes a phenomenological approach towards technology, analyzing it using the metaphors of speed, motion, and light. His quest towards the spiritual roots of technology begins with the Fall, the moment, as he sees it, when people started to move away from God with increasing acceleration. Virilio deliberately uses dark imagery to describe the negative impact technology has on society and it is no coincidence, given his background, that many of his examples relate to the war. His writing on how many different technologies stem from military applications is very insightful and is relevant in 2022 when war has become an important topic in our societies once again. Virilio uses negative imagery to highlight what the world is like without God; this is a hermeneutical approach intended to “bring readers into contact with the brilliant light of God” (73). Virilio’s ethics and theology requires one to remove oneself from the race and speed of modernity and start with Sabbath’s rest. The Sabbath, for Virilio, is about vacating and filling oneself with the light of God.

The penultimate chapter explores Ellul’s and Virilio’s critical assessment of the notion of power and technology. For Ellul “social power dialectically interacts with spiritual powers” (145) and technique is clearly a manifestation of the powers and principalities described in the Bible (e.g., Ephesians 6:12). Virilio takes a different approach and uses the accidents metaphor to expose the potential destructive power that is often hidden behind the facade of technology. In their analysis both Ellul and Virilio stop short of condemning all technology; rather they expose how power is being used through technology “to legitimize and enhance forms of life that are destructive” (159). In the last chapter of the book Morelli concludes that Virilio’s and Ellul’s insights are relevant for 21st century Christians and churches. Their theology and ethics reveal the sacred myths that underpin our society and suggest how modern Chrsitians can resist the mass manipulation and violence of the kind they experienced during and after the war.

The book is an interesting read for anyone interested in the intersection of technology, ethics, and theology. Ellul’s and Virilio’s works are notoriously complex and Morelli does an outstanding job explaining their key insights and merging them into a relevant theology and ethics for today. Morelli’s exposition of Virilio will be very insightful to those already familiar with Ellul. Though the scholars differ in their approaches to technology, their perspectives are surprisingly complementary. Despite this complementarity, Morelli’s attempts to demonstrate commonality between the works of both Frenchmen is the weakest part of the book. There is not much evidence of interactions that took place between Ellul and Virilio and much of what Morelli suggests in this regard is based on what-if’s and could-be’s.  Nonetheless, this book is worth reading and provides fresh insights from two brilliant scholars of theology and ethics of technology that are highly relevant for Christians and churches in the 21st century.

Michael Morelli, Theology, Ethics, and Technology in the work of Jacques Ellul and Paul Virilio – a Nascent Theological Tradition, (Lanham MD, Lexington Books, 2021), 227 pp., USD 89.50, hardcover (ISBN 978-1793625434)


[1] Cf. Shaw, Jeffrey M. Illusions of Freedom: Thomas Merton and Jacques Ellul on Technology and the Human Condition. Eugene: Pickwick Publications, 2014. Cf. also the themes tab at ellul.org which features brief comparisons of Ellul and several other scholars.

Categorieën
AI Ethiek Technologie Theologie

Recensie Robotic Persons – our future with social robots – Joshua K. Smith

Robots en theologie?

“Wat moet een recensie over een robot-boek in dit tijdschrift?” is wellicht de eerste gedachte die bij de lezer opkomt na het lezen van de boektitel. Echter de titel verraadt niet dat het gaat om een diepgaande theologische verhandeling over onze toekomst met sociale robots. Het boek is geschreven door de Amerikaanse voorganger en wetenschapper Joshua K. Smith en behelst een christelijke doordenking over wat het betekent om mens te zijn in een maatschappij waarin slimme technologie een steeds prominentere rol inneemt. Smith focust in zijn boek op sociale robots, oftewel autonome fysieke apparaten die worden aangestuurd door kunstmatige intelligentie (AI), waarmee mensen steeds frequenter en intenser interacteren. Dit soort robots bieden vele voordelen voor de mensheid, zoals dat zij vervelend en repeterend werk voor ons kunnen overnemen en dat we bijvoorbeeld geen menselijke soldaten meer hoeven te laten vechten als we dit door robots kunnen laten uitvoeren. Daarnaast gaan de ontwikkelingen razendsnel en lijken er dagelijks nieuwe toepassingen bij te komen. Echter de technische progressie gaat vele malen sneller dan de ethische reflectie die nodig is om op een verantwoorde manier met deze technologie om te gaan betoogt Smith, zodat als we niet oppassen dit zelfs tot dehumanisering kan leiden.

Imago Dei

De spannende vraag is dus hoe wij als mensen ons moeten verhouden tot slimme technologie die ons tegelijkertijd een spiegel voorhoudt, en ons dwingt na te denken wie wij zijn als mens. De auteur roept juist christenen op om mee te doen in dit maatschappelijke debat en hun theologische antropologie, waarin de mens is geschapen naar het beeld van God (Imago Dei), te plaatsen tegenover het vigerende materialistische mensbeeld. Dit mensbeeld wat gekenmerkt wordt door vooruitgangs- en maakbaarheidsdenken, zal uiteindelijk de machine steeds meer gelijkschakelen aan de mens en de mens gaan vervangen, hetgeen zal leiden verlies van menselijke waarde en waardigheid. Om dit te voorkomen pleit de auteur ervoor om robots een rechtspersoonlijkheid te geven, niet om de robots te beschermen, maar juist om de mens te beschermen.

Wat maakt dit boek interessant?

Wat dit boek interessant maakt voor de theologie professional is dat Smith een diepgaand theologisch antropologisch mensbeeld neerzet wat stevig gegrond is in metafysica en gestoeld is op degelijke exegese, en daarmee een goede bijdrage levert aan het debat over hoe wij ons als christenen moeten verhouden tot nieuwe technologie. Het nadeel van het boek is dat het wel enige filosofische basiskennis vereist om de discussie rond bijvoorbeeld het voordeel van substantie-dualisme te kunnen volgen. Maar ben je geïnteresseerd in theologie en technologie en ben je niet bang voor diepgang dan is dit boek zeker een aanrader.

Bibliografie

Joshua K. Smith, Robotic Persons: Our Future with Social Robots, Bloomington IN: WestBow 2021, 252 pp., ISBN 9781664219748.

Categorieën
Ethiek Technologie Theologie

Jacques Ellul

De dag waarop ik deze blog schrijf (6 januari 2022) is de 110e geboortedag van Jacques Ellul, de Franse filosoof, theoloog, socioloog, jurist en historicus.

Ellul was een denker en een doener die bijna 50 boeken heeft gepubliceerd over diverse onderwerpen. Hij is toch het meest bekend geworden met zijn boeken over propaganda en de invloed van technologie op de Westerse samenleving waarbij zijn boek The Technological Society zijn meest bekende werk is. Ellul is bij het grote publiek vooral bekend om zijn sociologische werken maar hij heeft ook een hele reeks theologische en ethische boeken geschreven. Hij beschouwde deze boeken zelf vooral als tegenhanger van zijn sociologische boeken. Doorgaans wordt Ellul beschreven als een determinist, iemand die een dystopisch beeld van de invloed van technologie, of la technique zoals hij het zelf noemt, heeft. Ellul is geen makkelijke denker om te lezen en volgens hemzelf begrijp je zijn werken pas goed als je ze in samenhang leest, met andere woorden, je moet zijn theologische en sociologische boeken samen lezen. In zijn theologische werken zit volgens Ellul de vrijheid en hij vindt het ook de taak van christelijke intellectueel om hierover het publieke debat aan te gaan. Ik heb 2 jaar geleden mijn bachelor thesis voor de studie theologie over hem geschreven. In deze thesis vergelijk ik The Technological Society met het theologische werk The judgment of Jonah, Een link waar je deze thesis kan downloaden staat hieronder

Naast een denker was Ellul vooral iemand van de praxis. Hij was onder andere een tijdje loco-burgemeester van Bordeaux, hij was parttime voorganger van een protestantse gemeente, trok op met jeugddelinquenten en was een van de eerste milieuactivisten in Frankrijk. Er is nog steeds een grote community van wetenschappers die onderzoek doen naar Ellul en hier regelmatig over publiceren. Om kennis te maken met de vele werken die Ellul geschreven heeft, raad ik het boek Jacques Ellul A Companion to His Major Works van Jacob van Vleet en Jacob Marques Rollins aan. Daarnaast is er een interessant artikel geschreven in Radix waarin de COVID-tijd wordt geduid vanuit het gedachtengoed van Ellul en zijn tijdgenoot Heidegger en een podcast aflevering uit de serie Moderne Profeten over hem.

Categorieën
AI Ethiek Technologie Theologie

Master thesis Deepfakes and extreme beliefs

For my master’s in theology I have written a master thesis titled Deepfakes and extreme beliefs : an ethical evaluation. The research underpinning this thesis is part of the interdisciplinary, multi-year Extreme Beliefs research programme that runs at the Vrije Universiteit Amsterdam and is chaired by dr. Rik Peels, who also supervised my master thesis. You can find the abstract, keywords and a link to a PDF of my thesis below

Abstract

Deepfakes are a nascent technological phenomenon that is expected to have a profound impact on our society. In this thesis I will conduct an ethical assessment using the reflective equilibrium method for the use of deepfakes in the context of groups holding extreme beliefs. This research will not provide a normative ethical evaluation but will expose what moral principles are at stake. It is based on three case studies that are situated in Belgium and the Netherlands in the years 2020, 2021 and 2031. The selected case studies each represent an increasing distance towards reality which is modeled after the different stages in Jean Baudrillard’s simulacra-model (1994). The exposed moral principles will vary from pro tanto personal principles, like freedom of speech and informed consent, to pro tanto societal principles, like climate justice, transparency, epistemic authority, credulity, and the pro tanto obligation to do no harm. It is argued that for future case studies that involve an ethical assessment of deepfakes, these moral principles are useful to properly contextualize deepfakes as a social phenomenon. Deepfakes should not be considered as a new and isolated technical category, but as a technology wrapped in a broader, social context in our society that will amplify existing sociological trends like the diminished trust in epistemic authorities. Deepfakes can and will be weaponized by groups holding extreme beliefs and should be seen as the latest technology manifestation in the creation of disinformation and propaganda. In general mis- and disinformation will lead to an epistemic deterioration of our information environments (De Ridder 2021) and deepfakes will only accelerate and amplify this. The insights from this research will help both researchers in academia and the general public to take a broader, more nuanced, and contextualized view to assess the moral impact of deepfakes and it will help to inform the public debate around deepfakes and increase media literacy. 

Keywords

deepfakes, synthetic media, ethics, reflective equilibrium, extreme beliefs, conspiracy theories, artificial intelligence, case studies, Jean Baudrillard, simulacrum 

PDF version of thesis

Categorieën
Ethiek Technologie Theologie

Recensie Christian Ethics for a Digital Society – Kate Ott

Big Tech

Digitale technologie speelt een steeds grotere rol in ons dagelijks leven en de macht van de grote technologieplatformen, vaak Big Tech genoemd, ligt steeds meer onder een vergrootglas. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er steeds vaker theologische boeken verschijnen waarin een kritische en ethische reflectie hierop wordt gegeven. Door haar verfrissende aanpak is het boek van Kate Ott is een welkome aanvulling hierop. Zij verbindt op kundige wijze actuele thema’s uit de wereld van digitale technologie aan theologische en ethische reflectie. De auteur, die als docent christelijke ethiek verbonden is aan de theologische faculteit van de Drew universiteit in de Verenigde Staten, gaat in haar boek op zoek naar een manier hoe je als christen op een ethische en verantwoorde manier digitale technologie kan gebruiken om te komen tot een meer diverse en inclusievere wereld. Zij beschrijft en duidt de technologische verschijnselen vanuit het buiten-perspectief van iemand die geen achtergrond in deze materie heeft.

Digitale geletterdheid

Tijdens deze ontdekkingsreis vertrekt ze vanuit haar eigen achtergrond, christelijke feministische ethiek, en geeft een treffend beeld van hoe digitale technologie werkt en op welke manier dit ons leven reeds vormt, hetgeen vanuit technologisch perspectief zeer accuraat wordt weergegeven. Wat dit boek interessant maakt voor de theoloog, predikant en religiewetenschapper, is dat Ott de technologische thematiek op inventieve wijze weet te voorzien van een hermeneutisch vocabulaire, waardoor je in de theologische praktijk beter in staat bent om technologische vraagstukken te interpreteren. Als rode draad door haar boek heen, pleit Ott voor meer digitale geletterdheid (digital literacy) bij christenen. Om tot een goede ethische reflectie en actie te komen, is het essentieel om een basale kennis te hebben hoe digitale technologie werkt en het ons leven vormgeeft.

Algoritmes

Het beste voorbeeld hiervan staat direct in het eerste hoofdstuk van het boek, Programming for Difference, waarin Ott je op indringende manier laat zien hoe algoritmes onze wereld vormgeven en onze keuzes beïnvloeden. Doordat algoritmes zorgdragen voor persoonlijke adviezen op maat lijkt het alsof deze zorgen voor meer diversiteit, echter Ott toont aan dat algoritmes mensen reduceren tot kwantificeerbare eenheden waardoor een “dominantie van gelijkheid” (34) optreedt. Het paradoxale effect van algoritmes is dat zij dus gelijkheid benadrukt en uitvergroot en daardoor diversiteit vermindert. Aan de hand van het verhaal uit de Bijbel over de toren van Babel (Gen. 11:1-9) maakt de schrijfster duidelijk dat diversiteit juist een feature van de schepping van God die wij als christenen zouden moeten nastreven. God veroordeelt het gebruik van één taal omdat dit alle verschillen uit zou wissen en gebruikt de spraakverwarring om meer diversiteit terug te brengen in de schepping. De algoritmes van Big Tech werken volgens Ott als de bouwers van de toren van Babel en benadrukken eenheid in plaats van diversiteit. Dit leidt juist tot uitvergroting en versterking van vooroordelen die reeds in onze maatschappij aanwezig zijn. Ott gebruikt de theologische notie van mede-schepper (co-creator) om de lezer op haar morele verantwoordelijkheid te wijzen en haar op een bewuste en proportionele manier om te laten gaan met algoritmes, om zo op een actieve manier een meer diverse wereld te creëren.

Tech Giants on the other hand consider digital technology and electronic communication a way of regaining what was lost at Babel. They suggest both through translation and the ubiquity of common media that again one language is being created. 1

Identiteit

Ook in de hierop volgende hoofdstukken, die gaan over (digitale) identiteit en relaties, het eeuwigdurende geheugen van digitale platformen en de gevolgen die technologie heeft voor het milieu, weet Ott boeiend de technologische pijnpunten bloot te leggen en hier een theologische en ethische reflectie op te geven. In het laatste hoofdstuk, Ethical Hacking and Hacking Ethics, claimt Ott dat we als christen de mindset moeten hebben van een computer hacker. Het is onze taak om te wijzen op het onrecht en ongelijkheid dat digitale technologie kan veroorzaken en hiernaar te handelen om zo te komen tot een betere, dus meer diverse en inclusievere, wereld.

Waarom dit boek lezen?

Het boek is een goede manier om op een theologische manier over de morele uitdagingen die digitale technologie met zich meebrengt te doordenken. Wel zie je duidelijk in de hermeneutische richting die de auteur kiest, dat zij haar oorsprong heeft in feministische en bevrijdingstheologie. Doordat zij hier vanaf het begin zeer open en duidelijk over is, maakt het dat dit boek extra aanzet om je eigen positie te bepalen en kritisch na te denken. Mijn kritiek op het boek dat het een te eenzijdig beeld geeft over de rol die digitale technologie speelt in ons leven. De focus van de auteur is vooral gericht op de negatieve gevolgen die digitale technologie met zich meebrengt. Om echter tot een genuanceerd ethisch oordeel over digitale technologie te komen, is het aan te bevelen om aanvullende literatuur waarin de voordelen van digitale technologie zijn uitgewerkt te raadplegen.

Bibliografie

Ott, Kate M. Christian Ethics for a Digital Society. Lanham: Rowman & Littlefield, 2019.

Categorieën
Ethiek Technologie Theologie

Book review Christian Ethics for a Digital Society by dr. Kate Ott

Introduction

One of the reasons why I am pursuing my master’s in Theology is to connect theology and technology from an ethical perspective. This intersection is a new genre but more and more theologians are starting to write about this topic. The most recent book I read is the book Christian Ethics for a Digital Society by dr. Kate Ott.1 The review starts with setting the stage, in which I will describe the context of the book and the writer. In the subsequent section I will summarize the key points of the book, which will be followed by a review and suggestions for the reader.

Setting the stage

Technology is playing an ever more important role in our daily lives which cries out for a critical and ethical engagement. However, according to the author, dr. Kate Ott, the majority of people isn’t able to provide such a response and react either in “crippling fear” or in “worshipful awe.”2 In her book she tries to move beyond the ignorance of the many, and come up with a critical engagement towards digital technology based on a daily ethical practice. According to Ott, traditional ethics “grounded in absolutes or calculations” will not suffice but different ethical approaches are needed that “embrace growth, interdependence, and creativity.”3 In the book she advocates for Christians to develop a digital literacy, which does not only mean reflection about technology, but also applying this in such a way that this leads to a “more just and inclusive world.”4 The interesting thing about the book is that the author is not a technologist but has a background in feminist theories and sexual ethics.5 Ott, who currently teaches at Drew University in the United States, uses this background and methods to come up with a practical ethical framework based on “embodiment and interdependence with creation.”6 In a way she has documented her quest to a critical and ethical engagement with digital technology from an outsider’s perspective. I have been working in the world of (software) technology for last two decades and I have read her book from a technology insider’s perspective. I must admit that the author has done a great job in explaining what technology does and bringing this into conversation with theology and ethics. The result is a unique book that not only provides ‘food for thought’ but challenges the reader to look in the screen (not in the mirror) and make a change.

Key points of the book

The book is structured around four themes from the world of digital technology: algorithms, social interaction using digital technology, archiving and surveillance technology and the environmental impact digital technology has on our planet. Each chapter provides an introduction to the topic and a critical theological and ethical reflection, or as the reviewer Jen Jones puts it “Each chapter extends discernment of digital technology encompassing individual, relational, and societal considerations and implications.”7 In the concluding chapter Ethical Hacking and Hacking Ethics, Ott drives the key points of the previous chapters home in proposing to approach digital technology like an ethical hacker. Hacking normally has a negative connotation to it, but transforming the digital society requires the mindset of a hacker and entails “the ethical call to gain access to the ecosystem of digital technologies and define the vulnerabilities to be patched as the perpetuation of social inequalities and injustices.”8 I will briefly discuss the key points of each chapter (theme) below.

Algorithms

The first chapter about algorithms, called Programming for Difference, is a topic that is closely related to my professional life.9 Algorithms are one of the most important components of digital technology and they mediate how we interact with the world. Based on data, algorithms make predictions that e.g., inform our internet searches, movie recommendations and social media feeds. In a way, algorithms adapt towards our needs and they make our lives more individualized and seem to promote diversity.10 However, Ott is quite right when she exposes the algorithmic paradox of diversity, as algorithms reduce human beings to quantifiable units and impose an “imperial dominance of sameness.”11 People are much more homogeneous than they are willing to admit and algorithms reflect and amplify their cultural biases. Many people unconsciously accept what the algorithms feed them and in this way, they are unaware of how the values of these algorithms shape their lives.12 Ott uses the Tower of Babel narrative (Gen. 11:1-9) to analyze algorithms from a theological and ethical point of view. This story is one of the most frequently used stories in the Bible used by theologians and biblical scholars, when they want to put technology in a biblical context. The key message is that humans in our era use technology in order to become more like God themselves, and in this way they resemble the people who tried to build the tower of Babel. God punishes the people by bringing confusion among the people by letting them speak different languages. Ott has a different hermeneutical approach, which clearly reveals her roots in feminist theology, emphasizing that it was God’s intention to have multiple languages as this is a token of diversity which is “a defining feature of creation.”13 In her opinion it is not the building of the tower that God condemns, but it is the use of a single universal language that erases all differences.14  She quotes the American professor in journalism Jack Lule to underscore how digital services providers in our time can be compared to the Babel narrative:

Tech Giants on the other hand consider digital technology and electronic communication a way of regaining what was lost at Babel. They suggest both through translation and the ubiquity of common media that again one language is being created.15

The quote above is a good example of the algorithmic paradox Kate Ott brings forward in her book. Algorithms are the language of our time and shape our culture in such a way that many are unaware of. One of the best parts in the book that I wholeheartedly agree with, is that she calls for a digital literacy in order to respond to digital technology in an ethical manner or as she puts it: “everyday ethical living in a digital world requires curiosity and basic literacy with how digital technology functions.”16 An appropriate ethical response to algorithms starts with an awareness how they function and how they do not promote diversity by default. Ott’s call to action is to actively stand up and defy algorithmic bias as much as one proportionally can. Those with greater knowledge and influence on how algorithms function, think of programmers or data scientists, have a greater responsibility than those who are end users.17 By actively engaging and by deliberate interaction with algorithms we become more digitally fluent and are co-creators who are asked to actively promote diversity and prevent that we all speak the same language powered by algorithms.

Social interactions on digital platforms

In the second chapter, titled Networked Selves, Kate Ott zooms in on the role digital platforms play on relationships people have with themselves, others and God. A lot of interactions between humans has shifted from the physical world to the digital world and especially social networking platforms, often referred to as social media, play an important role in this. This networked understanding of the self is the key ingredient of this chapter and Ott focusses on the role data plays in forming our identity, Ott calls this the datafied self, and our relationships with the other and God.18  Just like in the previous chapter it starts with the awareness of the role digital platforms play in the formation of our own identity; digital technology is no longer something separate, but it is completely integrated in our “being in the world,” in other words, we are “datafied, embodied, and spiritual beings.”19 This construct poses all kinds of moral questions about who we are supposed to be in relationship to ourselves, the other and to God, and for this Ott introduces the theological notion of attunement to help us orient ourselves. Attunement based on a trinitarian understanding of God is a model for being an innovative Christian that supports a networked approach of relationships and promotes inclusivity.20 The ethical approach that follows from the notion of attunement latches on to the approach how to deal with algorithms, as it was set out in the previous chapter. It starts with the awareness of how digital technology is using data to instrumentalize our relationships, especially on social media platforms, and how the algorithms used are based on values of the digital world.21 The algorithms can make us feel very networked, you can e.g. 500+ friends on Facebook, but they do not promote deeper relationships. The core value of attunement is to understand how this works and what role this plays in our lives.22 The identity that the algorithms compose of us is based on the data they have collected and processed, and this influences who we meet and what we see.23  This can have moral implications which many are unaware of. Digital platforms, powered by their algorithms, can promote bias and make us blind for the otherness of the others. An appropriate theological and ethical response, based on the notion of trinitarian attunement, is that we “recognize, understand, and liberate ourselves and society from racism and other moral deformations of our digitally embodied spirits if we are to live into God’s example of difference in unity as the imago dei of a networked self.”24

Archiving and surveillance technology

The previous chapter focused mainly on the way digital technology shapes our personal lives and relationships. In the third chapter Moral functions beyond the Delete key the primary focus is on how the boundary between private and public information is being changed by digital technology which raises ethical questions about privacy and surveillance.25 Digital platforms are a huge archive of all the digital interactions we have done, so every search, click, like and swipe is being stored and being used by the algorithms of the digital platforms. It seems that these platforms remember everything and that we live in a world where “forgetting has become a luxury.”26 In this chapter Ott focuses on the concept of forgiveness in the context of digital platforms that never forget. She uses the theological notion of metanoia for this and this is described as “the process by which faith positively enables the human capacity to make change.”27  The culmination of the amount of data archived has social shaping consequences at two levels. On the one hand it influences individual people’s behavior which raises moral questions about privacy, and on the other hand, at a more aggregated level, it raises questions about social surveillance. Again, data and algorithms have more impact on shaping behavior than the majority of people is aware of. And especially because of the “indelible nature of digital data” this can have great consequences.28 As seen in the previous chapters, an ethical response to this starts with awareness and deliberate actions on both the personal and legislative level.29 Some scholars suggest that a good response would be to be able to delete the data, however Ott claims that she prefers accountability at personal and systemic level (metanoia) over erasure. This would lead to better and restored relationships with others and with God.30

Environmental impact

The last theme Kate Ott covers in her book is about the environmental impact digital technology has. This chapter, dubbed Creation Connectivity, addresses a much-overlooked aspect of digital technology, which is the impact it has on the environment and the natural resources that are consumed. Since many people perceive digital technology as a potential solution to help fight environmental damage, they often don’t associate this with the environmental damage it inflicts.31 Ott argues for an “ecologically friendly digital technology” which is based on a theological model of interdependence with creation.32 This all starts, again, with raising awareness of the ecological footprint digital technology is making and for this Ott suggests the notion of mattering which is described by the sociologist Jennifer Gabrys as “it is a way to make an intangible both materially visible and have relevance or value.”33 By making the intangible visible, it should provoke people to think and ultimately would lead to an ethical response. Ott concludes the chapter that “awareness about the digital environmental impact is an important aspect of digital literacies” and this is an important ingredient for a Christian moral responsibility for a more just and diverse world.34

Ethical hacking

In the last chapter of the book, Ethical Hacking and Hacking Ethics, the author wraps her call to action up in the notion of ethical hacking. Hacking to her is an “ethical call to gain access to the ecosystem of digital technologies and define the vulnerabilities to be patched as the perpetuation of social inequalities and injustices.”35 The ethical responses she proposed in the previous chapters are about diversity, attunement metanoia and responsible co-creation.36 All can be summed up as increasing digital literacy in order to make a change. Ott argues that using a theological mindset can help us find a hermeneutical vocabulary that will help us interpret digital technology, and help us become a better datafied, spiritual and embodied being.37

Review and suggestions for the reader

Books about technology treated in the context of
theology is an upcoming genre and I have read a couple of them. This book is
clearly different, because of the author’s focus on social ethics and her
outsider’s perspective. Ott does a great job in describing the current
technological landscape and has clearly become proficient in what is happening
in the world of digital technology. I must admit that, especially in the first
chapter, she hits the nail on the head in discerning in how digital technology
is influencing and shaping our lives. I also absolutely agree with her that we
need to increase our digital literacy in order to start using digital technology
in an ethical, responsible way. In the book theological and ethical concepts
are innovatively intertwined and will leave the reader with lots of ‘food for
thought’. The book is especially interesting for practitioners who want to
learn more about how they should engage with digital technology in their
Christian environment. This book will be helpful for e.g. ministers,
theologians and philosophers. The book is less suited as a practical how-to
guide in how to navigate as a Christian in the world of digital technology
since it is more of an academic work. I found the chapter about the impact that
digital technology has on our environment an eye-opener and I think lots of
work has to be done in that space.

When you read the book, it becomes clear the author has a background in social and feminist/ womanist ethics. Her focus is predominantly on the power and biases digital technology embodies and how this can oppress and marginalize minorities and lead to less fair and unjust world. In my opinion she focuses too much on the oppressive and negative aspects that digital technology brings to bear and has left out counterexamples on how digital technology can help in creating a better world. The real world of digital technology, in my opinion, is more nuanced than the picture Ott paints. There are also many examples available on how e.g. algorithms and social media have increased the opportunities for refugees and helped physicians in third world countries to provide better care.38 My recommendation to other readers would be to complement reading this book with a book that focuses more on the positive outcomes digital technology offers. By contrasting and comparing both books one gets a more nuanced and better understanding on how digital technology works and what impact it has on our personal lives and society. Based on this, a robust ethical response can be grasped. In sum, I would definitely recommend reading this book for any Christian theologian or minister who is interested in the ethical consequences and workings of digital technology. Ott does an outstanding job in exposing the power digital technology has on our society and how this can lead to an unjust society. However due to the lack of focusing on the upside of digital technology I would recommend reading additional literature to inform one’s ethical response to digital technology.

References

Ficatier, Antonin. “Book Review: Kate Ott, Christian Ethics for a
Digital Society.” Studies in Christian Ethics 33, no. 1
(2020): 130–133. https://doi.org/10.1177/0953946819883780d.

Jones, Jen. “Book Review: Kate M. Ott, Christian Ethics for a Digital Society.” Journal of Moral Theology 9, no.1 (2020): 249–250.

Ott, Kate M. Christian Ethics for a
Digital Society
. Lanham: Rowman & Littlefield, 2019.


Notes

.