Categorieën
AI Technologie Theologie Virtual Reality

Recensie Virtual Reality Church – Bock & Armstrong

Een van de opvallendste trends in de wereld van het Internet van de afgelopen jaren is de metaverse. Er zijn allerlei digitale profeten die beweren dat dit onze toekomst helemaal op zijn kop gaat zetten en zelfs de Amerikaanse social media-reus Facebook heeft eind 2021 haar naam veranderd in Meta. De metaverse is een driedimensionale volgende versie van het internet waarbij je letterlijk onderdeel wordt van een virtuele realiteit en waarbij de fysieke en de digitale wereld steeds meer in elkaar overlopen. Uiteraard zijn er ook vele mensen die nadenken over wat het zou betekenen om kerk te zijn in een Virtual Reality (VR) wereld hetgeen ook gebeurt in dit boek. Het interessante aan dit boek is dat het niet geschreven is door jeugdige techneuten maar door twee gerenommeerde theologen die al een aardig tijdje meelopen (Darrell Bock is onder andere de auteur van een gezaghebbend en veelgebruikt commentaar op het boek Lucas).

In dit boek staan Bock en Armstrong stil bij de vraag wat het betekent om kerk te zijn in een virtuele wereld en beginnen zij met een geschiedenisles. Op vaak humoristische wijze laten ze zien hoe de kerk door de eeuwen om is gegaan met technologische veranderingen. Eigenlijk is de onderliggende vraag eeuwenoud en lijkt het dat VR het volgende onderwerp in het rijtje technologische veranderingen is waar de kerk wat mee zou moeten. De auteurs leggen daarna uit wat het woord virtueel betekent en wat een virtuele wereld in VR inhoudt. Net als vele anderen die over technologie schrijven, refereren Bock en Armstrong ook aan het feit dat de coronapandemie het gebruik van virtuele technologie enorm versneld heeft. Wat dit boek onderscheidt van andere boeken is dat beide schrijvers een goed evenwicht hebben gevonden tussen het beschrijven van VR en de theologische onderbouwing voor het omgaan met technologie. Ze onderhouden een positie waarbij ze terecht aangeven dat technologie iets is dat door God gegeven is aan de mens en dat het ingezet mag worden voor de aanbidding van God maar dat het tegelijkertijd niet iets mag zijn dat je afleidt van God.

Tegelijkertijd roept VR ook een aantal nieuwe fundamentele, filosofische vragen op waarbij bepaalde theologische vanzelfsprekendheden opnieuw moeten worden doordacht. Vragen zoals of je daadwerkelijk iemand kan dopen in VR of dat je samen virtueel avondmaal kan vieren. In het boek roepen de auteurs kerken op om na te denken over de volgende drie vragen met VR aan de slag te gaan: 1. Wat betekent het samenzijn van de kerk in VR, 2. Wat is de liturgische traditie van de kerk en 3. Hoe kunnen de sacramenten zo volledig mogelijk bediend worden. De auteurs beschrijven vervolgens vanuit verschillende theologische tradities, zoals de rooms-katholieke transsubstantiatieleer en het memorialisme, wat mogelijke oplossingen en knelpunten zijn en moedigen vooral kerken aan om dit soort technologische mogelijkheden zich niet af te laten houden wat het in essentie betekent om kerk te zijn.

Door de coronapandemie is het gebruik van digitale middelen om kerk te zijn enorm toegenomen waardoor er in mijn ogen door veel kerken te weinig tijd genomen om hier voldoende op te reflecteren. Dit boek biedt voldoende handvatten om hierin te voorzien en goed materiaal voor elke kerk en theologisch professional die na wil denken over wat het betekent om kerk te zijn in de virtuele wereld. VR en de metaverse klinkt voor velen misschien nog als iets exotisch dat pas over lange tijd ook in de kerk gebruikt zal gaan worden, toch wordt onze wereld steeds digitaler en begeven, met name jongeren, zich steeds vaker in virtuele werelden waardoor het goed is om als kerk na te denken wat dit voor impact heeft en dit boek is daarbij een goed vertrekpunt.

Darrell L. Bock en Jonathan J. Armstrong, Virtual Reality Church: Pitfalls and Possibilities, Moody Chicago 2021, 272 pp., €23,46/ €8,53 (Kindle e-book), 9780802420800/ 9780802499080 (e-book).

Categorieën
Algemeen Technologie Theologie

Techniek en de Bijbel – 12 korte overdenkingen

Ik heb in 2019 twaalf korte overdenkingen opgenomen over het thema ‘Techniek en de Bijbel’. Deze studies zijn destijds uitgezonden op Groot Nieuws Radio en zijn hieronder terug te luisteren.

Aflevering 1 ‘Introductie Technologie en de Bijbel’

Aflevering 2 ‘Vertrouwen’

Aflevering 3 ‘Delen is het nieuwe hebben’

Aflevering 4 ‘Fake news’

Aflevering 5 ‘Wijsheid’

Aflevering 6 ‘Eenzaamheid’

Aflevering 7 ‘Babel’

Aflevering 8 ‘Vrijheid’

Aflevering 9 ‘Selfies’

Aflevering 10 ‘Stilte’

Aflevering 11 ‘Veiligheid’

Aflevering 12 ‘Hoe ga je om met techniek’

Categorieën
AI Ethiek Technologie Theologie

Reactie op artikel ‘Kunstmatige Intelligentie en het gevaar van reductionisme’ van Jochemsen/ Peters

Gepubliceerd in Radix 2022-02 en ook te lezen op de website van Techtics

Inleiding

Het themanummer over kunstmatige intelligentie, hierna verder afgekort tot AI,[1] van het christelijk tijdschrift Radix bevat diverse artikelen over de rol die AI speelt in onze samenleving en in het bijzonder hoe dit gekoppeld is aan geloof en ethiek. Zoals ik vorige maand al op Twitter aankondigde, geef ik in dit artikel een reactie op het artikel van Jochemsen en Peters (2022) waarin zij betogen dat AI in zichzelf leidt tot een reductie van de werkelijkheid waarbij zij in hun betoog gebruik maken van de inzichten uit de Reformatorische wijsbegeerte van de Nederlandse filosoof Herman Dooyeweerd (1894-1977). Ik ben zelf erg gecharmeerd van Dooyeweerds visie op de werkelijkheid en was ook blij verrast dat beide heren zijn gedachtengoed gebruiken om het verschijnsel van AI te analyseren.

Wat is AI?

Het lezenswaardige artikel begint met een uiteenzetting van voorbeelden waarin de goede en de donkere kanten van AI worden duidelijk gemaakt. Ondanks dat de lezer een indruk krijgt wat AI ongeveer is, ontbreekt het aan een goede definitie ervan. Ik vind dit persoonlijk een gemiste kans omdat het hierdoor niet altijd helder is wanneer de auteurs over AI spreken, of in het algemeen over technologie. Een goede definitie die ik zelf vaak gebruik in mijn dagelijkse werk als docent en spreker over AI staat in het recente WRR-rapport over AI (WRR 2021) waarin AI gedefinieerd wordt als “systemen die intelligent gedrag vertonen door hun omgeving te analyseren en – met enige graad van autonomie – actie te ondernemen om specifieke doelen te bereiken” (WRR 2021: 12). Een heldere definitie is het vertrekpunt om duidelijk te schetsen wat AI is en daarbij af te rekenen met een hardnekkige, maar verkeerde, beeldvorming die er is in onze maatschappij. Het is niet voor niets dat demystificatie van AI (WRR 2021: 139-144) als een van de vijf opgaven wordt genoemd waarin duidelijk moet worden gemaakt waar we het nu eigenlijk precies over hebben als we over AI spreken, met andere woorden, wat is AI wel en wat is het ook vooral niet.

De beide auteurs schrijven terecht dat big data een essentieel onderdeel van AI is, echter men verzuimt om ook hier een goede definitie te geven zodat het gevaar ontstaat dat mensen hun eigen verwachtingen gaan projecteren op wat big data is. Daarnaast zou je je kunnen afvragen of er ook zoiets is als small data en of dit geen invloed heeft op AI. Mijn insteek is dat alle data de belangrijkste grondstof zijn voor AI, of zoals ik elders geschreven heb, dat data wordt gezien als de nieuwe olie (Esselink 2022: 6). Data is de brandstof voor algoritmes die met behulp van statistische technieken, hetgeen we vandaag vaak machine learning noemen, voorspellingen kan genereren die de input vormen voor AI systemen. De informatie die door AI wordt gegenereerd, wordt vaak gezien als nieuwe kennis die moet leiden tot het nemen van betere beslissingen. Jochemsen en Peters (2022: 116) verwijzen hiervoor naar een bekend model uit de wereld van analyse: het DIKW-model en laten tegelijkertijd met behulp van Dooyeweerds filosofie dat kennis niet tot informatie te herleiden is.

Dooyeweerd en AI

Het interessante aan Dooyeweerds beschrijving van de werkelijkheid is dat dit, mijns inziens, een van de beste beschrijvingen/ modellen in de filosofie is die poogt om recht te doen aan de complexiteit, veelkleurigheid en ambiguïteit van de realiteit. Het resultaat is een model dat een goede basis vormt voor de antropologische vraag wie de mens is en hoe deze zich tot zijn/ haar technologische omgeving moet verhouden, met andere woorden, Dooyeweerds filosofie biedt een uitstekende basis voor techniekfilosofie zoals door anderen ook eerder is uitgewerkt (zie bijvoorbeeld Verkerk 2014, Verbeek 2008). De kracht van Dooyeweerd zit in de anti-reductionistische benadering van de werkelijkheid en het is ook terecht dat de auteurs wijzen dat een groot gevaar van AI is dat de werkelijkheid wordt gereduceerd tot de modaliteiten data en ruimte. Het is niet voor niets dat in een recent rapport van de Nationale Ombudsman terecht gewaarschuwd wordt dat een burger meer is dan een dataset (Ombudsman 2021). Onze hang naar technisisme (Jochemsen & Peters 2022: 112) zorgt ervoor dat we in deze tijden proberen met behulp van data en AI grip op de werkelijkheid te krijgen die leidt tot zekerheid, veiligheid en betekenis. Er wordt in het artikel overtuigend beargumenteerd dat technologie daardoor niet neutraal is en een veel grotere spirituele lading heeft dan menigeen zich beseft. Door het gebruik van Dooyeweerds modaliteiten ben je dus in staat om de rol van technologie goed te analyseren. Ik vind dat beide auteurs dit overtuigend hebben weergegeven in dit artikel. Waar het aan schort is dat het niet altijd duidelijk is of men het heeft over de rol van technologie in zijn algemeenheid of over AI. Ik had graag gezien dat beide heren in de toepassing van Dooyeweerds techniekfilosofie specifieker op het domein van AI waren ingegaan. Daarnaast spreken zij ook over het verschil tussen correlatie en causaliteit en lijkt het alsof door AI dit verschil niet meer bestaat en er daardoor verkeerde beslissingen worden genomen. Dit zal ook wel regelmatig gebeuren, maar ik vind dit veel te generaliserend, omdat ik weet dat vanuit de beroepspraktijk van data scientist en AI-ingenieurs hier heel veel aandacht aan wordt besteed om dit zoveel mogelijk te voorkomen (Sahoh et al. 2022). De werkelijkheid is dus veel genuanceerder dan hier wordt geschetst. Daarnaast is het jammer dat er in dit artikel geen aandacht is voor andere problemen die AI met zich meebrengt zoals impliciete vooroordelen, racisme, privacy en verantwoordelijkheid voor de uitkomsten van algoritmes om er maar een paar te noemen (zie bijvoorbeeld Muller (2020) voor een goede introductie). Als laatste vind ik dat de auteurs het begrip data te veel veralgemeniseren en het daardoor onterecht zien als één modaliteit waartoe de werkelijkheid gereduceerd kan worden. In de werkelijkheid speelt de dataficering een steeds belangrijkere rol op meerdere modaliteiten, oftewel, op verschillende niveaus neemt de rol van data toe. Een voorbeeld hiervan is de toename van de rol van data in de psychologie en biologie wat geleid heeft tot nieuwe specialismen die computational psychology of computational biology worden genoemd (Bartlett et al. 2022).

Conclusie

Ik vind dat de auteurs een goede bijdrage hebben geleverd in dit artikel door AI te analyseren met behulp van Dooyerweerds filosofie. Door het gebrek aan goede definities gaan ze soms te kort door te bocht en is het soms te generaliserend. Ik hoop dat deze reactie daarom een welkome aanvulling op dit artikel mag zijn.                                                                 

Bibliografie

Bartlett, L., Pirrone, A., Javed, N., & Gobet, F. (2022). “Computational scientific discovery in psychology.” Perspectives on Psychological Science.

Esselink, Jack. (2022). “Wat moet je als christen met kunstmatige intelligentie?” OnderWeg, jaargang 8 #5, 6-9. https://www.onderwegonline.nl/20561-wat-moet-je-als-christen-met-kunstmatige-intelligentie.

Jochemsen, Henk & Peters, Hugo. (2022). “Kunstmatige Intelligentie en het gevaar van reductionisme.” Radix 48 #2, 107-119.

Müller, Vincent. (2020).  “Ethics of Artificial Intelligence and Robotics”, The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Summer 2021 Edition), Edward N. Zalta (ed.), https://plato.stanford.edu/archives/sum2021/entries/ethics-ai/.

Ombudsman, Nationale. (2021). Een burger is geen dataset – Ombudsvisie op behoorlijk gebruik van data en algoritmen door de overheid (Den Haag: Nationale Ombudsman) https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/onderzoeken/2021021-een-burger-is-geen-dataset.

Sahoh, B., Haruehansapong, K., & Kliangkhlao, M. (2022).” Causal Artificial Intelligence for High-Stakes Decisions: The Design and Development of a Causal Machine Learning Model.” IEEE Access, 10, 24327-24339.

Verbeek, P. P. (2008). “Disclosing visions of technology.” Techné: Research in Philosophy and Technology, 12(1), 85-89.

Verkerk, M. J. (2014). “A philosophy-based ’toolbox’ for designing technology: The conceptual power of Dooyeweerdian philosophy.” Koers: Bulletin for Christian Scholarship, 79(3), 1-7.

WRR. (2021). Opgave AI – De nieuwe systeemtechnologie. (Den Haag, Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid) https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2021/11/11/opgave-ai-de-nieuwe-systeemtechnologie.


[1] AI is de gangbare afkorting voor kunstmatige intelligentie en is gebaseerd op het Engelse Artificial Intelligence.

Categorieën
Algemeen Theologie

The fine-tuning argument and quantum physics


I. Introduction

During one of the many occasions when the physicists Albert Einstein and Niels Bohr met, Einstein told Bohr that God doesn’t play dice, on which Bohr replied: “Einstein, stop telling God what to do!”[1] This anecdote is about the question whether or not God uses chance in the universe and is loosely related to the topic of this article. In this article I would like to explore the following research question “what role does quantum physics plays in the fine-tuning argument for God’s existence.” The article starts with explaining the ontological framework being used (§2) and in the next section (§3) a short description of the fine-tuning argument will be given. Subsequently a brief introduction to quantum physics (§4) will be made and in §5 two quantum physical topics will be explained in the context of the fine-tuning argument. The last section contains the conclusion (§6) and a suggestion for further research.

II. Ontological framework

In this article all discussed topics are deeply rooted in physics, however these topics will be evaluated and described in an object-oriented ontological framework. This framework is based on the notions of objects, atomism and causalism and is similar to the framework being used in Rutten’s first-cause argument.[2] The reason for using this framework is that the concept of atomism has a natural fit with quantum physics and its independence on any metaphysical modal notion makes it more intuitive than other first-cause arguments.[3] On this framework everything is defined as an object. An object is defined as “something that exists”, something which can have causal relations with other objects (causalism) and consists of (mereological) atoms.[4] For this article this high-level framework suffices as it provides sufficient context to describe the fine-tuning argument and quantum physics (QP) in the next sections.

III. Fine-tuning

Our universe is full of objects that are in (causal) relationships with each other and the universe is governed and brought about by various laws, constants and initial conditions of nature. Physics is the field in science that describes and explains all this, often using mathematical expressions. Physicists have found out that intelligent life in our universe is possible because “the laws, initial conditions, and the fundamental parameters of physics must be precisely set for life to exist,” in other words, our universe is fine-tuned for life as we know it.[5] Since a couple of decades physicists have been conducting what-if analyses by changing the values of the constants and initial conditions, and it turns out that even only very small deviations would make life impossible in our universe. One example would be that a change in the gravitational constant of only one part in 10100 would “have prevented a life-permitting universe.”[6] The fine-tuning of the universe is not just a coincidence, but it is what William Dembski calls “specified complexity”, i.e. a high improbability and independently given pattern, which makes it go beyond chance and cries out for an explanation.[7] Both theists and non-theists have come up with various explanations for this, and according to Craig all explanations can be classified as either chance, physical necessity or design.[8] For theists it is highly probable that there must be a designer in order to create a life-permitting universe which is often explained using Bayesian statistics.[9] Recently, Robin Collins has developed an additional theistic fine-tuning argument in which he claims that the universe is not only fine-tuned for life but also for scientific discovery.[10] Atheistic philosophers disagree with theistic explanations and have alternative non-theistic explanations. I will cover some explanations and objections to this in §5 in the context of quantum physics.

IV. Quantum physics

QP is the field in physics that studies and describes reality at the level of microscopical particles.[11] Despite it being generally considered to be the most important and most fundamental theory for describing our world, many physicists use it, but not many really seem to understand it. The famous American physicist Richard Feynman even said “I think I can safely say that nobody understands quantum mechanics.”[12] QP is describing reality using mathematical formalisms, but there is “no uniformity of opinion about how that formalism is to be interpreted.”[13] Back in 1935 Albert Einstein already concluded that QP wasn’t able to provide a complete description of physical reality which leaves room for multiple interpretations.[14] The most important reason for this, and the most important metaphysical innovation that QP brought about opposed to classical physics, is the shift from determinism to chance.[15] There are two main schools of thought in interpreting QP: one is the indeterministic Copenhagen interpretation, brought about by Niels Bohr and Werner Heisenberg in 1927 and the other is the deterministic interpretation which is e.g. formulated by David Bohm in 1952.[16] From a philosophical standpoint this is a predominant epistemological phenomenon and doesn’t impact at the teleological level of our argument. On our ontological framework of causalism, objects are being caused by free will or by determinism and randomness is not a feature of reality.[17] Despite differences in interpretation everyone agrees that QP is the most important theory we have at hand to describe reality and in the next paragraph two aspects of QP that are related to the fine-tuning argument will be covered.

“I think I can safely say that nobody understands quantum mechanics”

Richard Feynman – American Nobel-prize winning physicist

V. Quantum aspects of fine-tuning

In this section the following quantum aspects of fine-tuning are being covered: anthropic principle and many-worlds. For each aspect I will provide a brief overview of the aspect and its objections.

Anthropic principle (role of the observer)

One of the most interesting aspects of QP experiments is the role of the observer. Suppose a quantum experiment E in which the behavior of particle P is being measured. P can have two states: 0 and 1. When E is conducted unobserved, P can be in superposition i.e., P can have the value 1 and 0 at the same time.[18] If E is being conducted observed, P has either value 1 or 0. From a metaphysical perspective this introduces “the observer, and irreducible subjectivity, back into physics at the most fundamental level.”[19] In its most radical form this view suggests that the universe could have been brought about by a conscious observer.[20] In the context of fine-tuning, proponents of the chance hypothesis, will appeal to the role of the observer, which is often referred to as the anthropic principle. The anthropic principle states that any observer O can only observe properties that “are compatible with our existence” and O cannot account for any properties that cannot be observed. From this it follows that it is very likely that O will find the fine-tuned elements for her existence.[21] The anthropic objection holds that once O gets rid of her bias because of observation-selection the argument for fine-tuning no longer holds.[22] It is very likely that O observes fine-tuned parameters for life in her universe, but she cannot infer that “it is therefore that such a fine-tuned universe exists.”[23] Many critics have argued forcefully that the observer’s role is overstated and cannot undercut the argument for fine-tuning. It is important though, to be aware of the role O plays and Matthew Kotzen argues to use the observation-selection effect as evidence, rather than background information, in the Bayesian equation for fine-tuning.[24] I think Kotzen’s proposal makes the argument for fine-tuning even more sound since it embraces the role of the observer. It remains remarkable though what role the observer plays at both the lowest atomic and at the highest cosmic level.

Many-worlds

One of the leading interpretations in QP is Hugh Everett’s ‘many-worlds’ theory. The theory holds that when E is conducted, every value for P obtains in a different world. O only observes the value of P obtained in the world she inhabits and there is no interaction with the other worlds.[25] According to this theory the universe is in a continuous superposition without us noticing it, in other words, the many-worlds theory describes reality at its most fundamental quantum level and the way we perceive the world is an approximation of reality. Despite this theory being counterintuitive, it is to many leading physicists the only theory that is capable of delivering breakthroughs in QP.[26] In QP many worlds exist in only one universe. A common explanation to fine-tuning by many non-theist scientists is the many-universes or multiverse hypothesis. This is described by Collins as “many regions of space-time […] with different initial conditions, constants of physics, and even laws of nature.”[27] The multiverse explanation is often used in conjunction with the anthropic principle to increase the odds for explaining fine-tuning as chance but remains a controversial perspective. It has been calculated by Roger Penrose that the probability for a universe with a low entropy like ours, to come about by chance is the inconceivable number of 1:1010(123).[28] This is one of the reasons why the multiverse explanation cannot hold in my opinion. Rodney Holder, however, thinks that the ‘many-universes hypothesis’ is a valid explanation for fine-tuning, in addition to theism (he makes a case for theism being the most viable argument, but he considers the multiverse a solid alternative theory.)[29] He states that one interpretation of the multiverse could be the continually branching many-worlds, if we would accept Everett’s interpretation of QP to be the correct one.[30] I think the many-worlds interpretation is an interesting interpretation for QP, but it doesn’t add much weight in the fine-tuning argument because the numbers still cry out for an explanation.

VI. Conclusion

In this article I have explored the relationship between the fine-tuning argument and QP. Our universe is fine-tuned for life and in my opinion, theism provides the best explanation for this. QP is the best theory we currently have to describe physical reality at the lowest atomic level. QP is capable of providing an epistemological explanation of the physical reality against a backdrop of a fine-tuned universe. Even though some QP interpretations may bring in chance and apparently (virtual) particles popping in and out of existence out of nothing, it still does not explain why our universe is fine-tuned. God isn’t throwing dice on the ontological framework used in this paer and ultimately, to quote Einstein: “everything should lead back to conceptual objects in the realm of space and time and to lawlike relations that obtain for these objects.”[31] Since our universe seems to work according to quantum rules, it is no surprise a lot of research is being conducted in this field to better understand the universe and to leverage this concept in e.g. quantum computing to help answer big scientific questions. So, as a suggestion for further research, I would like to propose how a concept like naturalness in the framework of quantum field theory can be interpreted in the context of the fine-tuning argument for life.[32]

Bibliography

Collins, Robin. “The Argument from Physical Constants.” In Two Dozen (or so) Arguments for God: The Plantinga Project, edited by Jerry L. Walls and Trent Dougherty, 89-107. New York: Oxford University Press, 2018.

Collins, Robin. “The teleological argument: An exploration of the fine-tuning of the universe.” In The Blackwell companion to natural theology, edited by William Lane Craig and J. P. Moreland, 202-281. Chichester UK: Blackwell Publishing, 2012.

Craig, William Lane. Reasonable Faith (3rd Edition) : Christian Truth and Apologetics. Wheaton IL: Crossway, 2008.

Einstein, Albert, Boris Podolsky and Nathan Rosen. “Can Quantum-Mechanical Description of Physical Reality Be Considered Complete?” Physical Review 47, no. 10 (1935): 777–780.

Feynman, Richard. The Character of Physical Law. Cambridge: MIT Press, 2017.

Friederich, Simon. “Fine-Tuning.” The Stanford Encyclopedia of Philosophy. First published 17 August 2017. https://plato.stanford.edu/archives/win2018/entries/fine-tuning/.

Rodney Holder. “Fine-Tuning, Multiple Universes and Theism.” Noûs 36, no. 2 (2002): 295-312.

Isaacson, Walter. Einstein: His Life and Universe. New York: Simon & Schuster, 2008. Kindle Edition.

Maudlin, Tim. “Distilling Metaphysics from Quantum Physics.” In The Oxford Handbook of Metaphysics, edited by Michael J. Loux and Dean W. Zimmerman, 461-488. Oxford: Oxford University Press, 2005.

Rutten, Emanuel. “Towards a Renewed Case for Theism : A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments.” PhD diss., Vrije Universiteit Amsterdam, 2012.


[1] Walter Isaacson, Einstein: His Life and Universe (New York: Simon & Schuster, 2008), 326.

[2] Emanuel Rutten, “Towards a Renewed Case for Theism : A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments” (PhD diss., VU Amsterdam, 2012), 123-136.

[3] Rutten, “Towards,” 123.

[4] Rutten, “Towards,” 124.

[5] Robin Collins, “The Argument from Physical Constants,” in Two Dozen (or so) Arguments for God: The Plantinga Project, eds. Jerry Walls et al (New York: Oxford University Press, 2018), 89. Italics added.

[6] William Lane Craig, Reasonable Faith (3rd Edition) : Christian Truth and Apologetic (Wheaton IL: Crossway, 2008), 158.

[7] Craig, Reasonable, 160.

[8] Craig, Reasonable, 161.

[9] Simon Friederich, “Fine-Tuning,” The Stanford Encyclopedia of Philosophy, First published 17 August 2017, https://plato.stanford.edu/archives/win2018/entries/fine-tuning/.

[10] Collins, “Physical constants,” 89.

[11] For a good introduction to QP see e.g. https://plato.stanford.edu/archives/fall2020/entries/qm/.

[12] Richard Feynman, The Character of Physical Law (Cambridge: MIT Press, 2017), 129.

[13] Tim Maudlin, “Distilling Metaphysics from Quantum Physics,” in The Oxford Handbook of Metaphysics, eds. Michael Loux et al (Oxford: Oxford University Press, 2005), 463.

[14] Albert Einstein et al, “Can Quantum-Mechanical Description of Physical Reality Be Considered Complete?” Physical Review 47, no. 10 (1935): 780.

[15] Maudlin, “Metaphysics,” 469.

[16] Rutten, “Towards,” 67.

[17] Rutten, “Towards,” 67.  

[18] Maudlin, “Metaphysics,” 464.

[19] Maudlin, “Metaphysics,” 472.

[20] Maudlin, “Metaphysics,” 472.

[21] Craig, Reasonable, 165.

[22] Friederich, “Fine-tuning.”

[23] Craig, Reasonable, 165. Italics added.

[24] Kotzen mentioned in Friederich, “Fine-tuning.”

[25] Maudlin, “Metaphysics,” 467.

[26] The American physicist Sean Carroll advocating for the many-worlds theory during a lecture for the British Royal Institution. Lecture accessed on 30 December 2020 and is available at https://www.youtube.com/watch?v=5hVmeOCJjOU

[27] Robin Collins, “The teleological argument: An exploration of the fine-tuning of the universe,” in The Blackwell companion to natural theology, eds. William Lane Craig et al (Chichester UK: Blackwell Publishing, 2012), 256.

[28] Craig, Reasonable, 165.

[29] Rodney Holder, “Fine-Tuning, Multiple Universes and Theism,” Noûs 36, no. 2 (2002): 295.

[30] Holder, “Fine-Tuning,” 301.

[31] Einstein quoted in Isaacson, Einstein, 462.

[32] See for an introduction to the concept of naturalness Friederich, “Fine-Tuning.”

Categorieën
Ethiek Technologie Theologie

Book review ‘Theology, Ethics, and Technology in the work of Jacques Ellul and Paul Virilio’ by Michael Morelli

Many books have been written about Jacques Ellul’s writings on ethics, technology, and theology; however, only a few books contrast and compare his work with other contemporary scholars.[1] Michael Morelli’s book, which is based on his PhD-thesis, draws important lessons from the theology, ethics, and technology in the work of Jacques Ellul and Paul Virilio. Morelli, an assistant professor in Theology, Culture & Ethics at Northwest College and Seminary in Canada and the author of various articles and essays on Ellul, describes the commonalities between Ellul and Virilio; they both lived and worked in secular post-war France and are both well known for their critical work regarding the role of technology in society. According to Morelli, “Ellul and Virilio directly teach us how to identify, expose and dismantle the modern world’s idolatry of technology” (3). Morelli hopes his book will “help readers gain insight […] in [Ellul and Virilio’s] writings on technology because these insights do not receive as much attention as others” (17). Morelli clearly demonstrates how the perspectives of both scholars provide a surprisingly complementary critique, one which can help 21st century Christians navigate our technologically mediated world.

The book sets out by describing Ellul and Virilio’s context in post-war France. Morelli demonstrates how their works are heavily influenced by the role technology played during and after World War II. Both scholars consider technology to be a synonym for modernity and they critically assess technology’s role in shaping modern society. Both Frenchmen experienced the dark side of technology during the war as well as the good side that helped rebuild French society afterward. In the subsequent chapters Morelli provides an extensive introduction to Ellul’s and Virilio’s perspectives on how technology shapes modern society and has become modernity’s primary idol. Of particular interest is Morelli’s demonstration that Ellul and Virilio trace back technology’s roots in the Bible and use their personal Christian faith as the basis for their ethics.

Morelli’s book provides a good and comprehensive introduction to Ellul’s perspectives on technology, ethics, and theology and is a great primer for anyone who is new to Ellul’s work. Ellul understands modern society to be driven by technique which he describes as “the most efficient way to produce something for the lowest cost at a given point in time” (33), the sum total of technology, technological discourse, and propaganda. Technique is sacralized in modern society and this sacralization provides justification for the idolatry of progress. Ellul thinks modern man is just as religious as the medieval man, only the gods have changed to technology and science. Ellul traces the roots of technology to Genesis 4 where Cain is depicted as the first person in the Bible to walk away from God and use technology— namely the city and clothing — to protect and make a name for himself. For Ellul, the main responsibility for modern Christians is to clothe themselves with Jesus and reject the way of Cain’s worldly [metaphorical] clothing. In putting on Jesus, the Christian enters into freedom from the spiritual powers of efficiency.

Many readers of this review will be unfamiliar with the work of Paul Virilio; Morelli’s overview lays a good foundation to grasp his key insights. Virilio takes a phenomenological approach towards technology, analyzing it using the metaphors of speed, motion, and light. His quest towards the spiritual roots of technology begins with the Fall, the moment, as he sees it, when people started to move away from God with increasing acceleration. Virilio deliberately uses dark imagery to describe the negative impact technology has on society and it is no coincidence, given his background, that many of his examples relate to the war. His writing on how many different technologies stem from military applications is very insightful and is relevant in 2022 when war has become an important topic in our societies once again. Virilio uses negative imagery to highlight what the world is like without God; this is a hermeneutical approach intended to “bring readers into contact with the brilliant light of God” (73). Virilio’s ethics and theology requires one to remove oneself from the race and speed of modernity and start with Sabbath’s rest. The Sabbath, for Virilio, is about vacating and filling oneself with the light of God.

The penultimate chapter explores Ellul’s and Virilio’s critical assessment of the notion of power and technology. For Ellul “social power dialectically interacts with spiritual powers” (145) and technique is clearly a manifestation of the powers and principalities described in the Bible (e.g., Ephesians 6:12). Virilio takes a different approach and uses the accidents metaphor to expose the potential destructive power that is often hidden behind the facade of technology. In their analysis both Ellul and Virilio stop short of condemning all technology; rather they expose how power is being used through technology “to legitimize and enhance forms of life that are destructive” (159). In the last chapter of the book Morelli concludes that Virilio’s and Ellul’s insights are relevant for 21st century Christians and churches. Their theology and ethics reveal the sacred myths that underpin our society and suggest how modern Chrsitians can resist the mass manipulation and violence of the kind they experienced during and after the war.

The book is an interesting read for anyone interested in the intersection of technology, ethics, and theology. Ellul’s and Virilio’s works are notoriously complex and Morelli does an outstanding job explaining their key insights and merging them into a relevant theology and ethics for today. Morelli’s exposition of Virilio will be very insightful to those already familiar with Ellul. Though the scholars differ in their approaches to technology, their perspectives are surprisingly complementary. Despite this complementarity, Morelli’s attempts to demonstrate commonality between the works of both Frenchmen is the weakest part of the book. There is not much evidence of interactions that took place between Ellul and Virilio and much of what Morelli suggests in this regard is based on what-if’s and could-be’s.  Nonetheless, this book is worth reading and provides fresh insights from two brilliant scholars of theology and ethics of technology that are highly relevant for Christians and churches in the 21st century.

Michael Morelli, Theology, Ethics, and Technology in the work of Jacques Ellul and Paul Virilio – a Nascent Theological Tradition, (Lanham MD, Lexington Books, 2021), 227 pp., USD 89.50, hardcover (ISBN 978-1793625434)


[1] Cf. Shaw, Jeffrey M. Illusions of Freedom: Thomas Merton and Jacques Ellul on Technology and the Human Condition. Eugene: Pickwick Publications, 2014. Cf. also the themes tab at ellul.org which features brief comparisons of Ellul and several other scholars.

Categorieën
AI Technologie Theologie

Book review ‘Robot Theology’ by Joshua K. Smith

There is an advent of books that cover the intersection of technology and philosophy and discuss the societal and ethical impact technology has. However, reality has it there are not many books discussing the intersection of theology and technology, but that is changing as well. This book by Joshua K. Smith discusses the impact of artificial intelligence (AI) and robots on our lives. Smith is a theology scholar researching the ethics of AI and robots and also serves as a senior pastor in Mississippi (US). He wrote his PhD-thesis about robot rights and this book is a continuation of his research however, it is intended for a broad audience. The goal of this book is to approach the ethical and metaphysical assumptions of AI and robots through a theological lens and to build a bridge between robot ethics and Christian ethics. According to Smith, robots and AI are new media that will dramatically shape and influence our world and expose old, existential questions for humanity.

It is important that Christians participate in the discussion around the design of these technologies as “Christian scholarship provides a rich body of literature to help social and computer scientists think through care and the responsibility of innovation” (5). There are no direct references to Ellul’s work in the book, but Smith clearly points out how AI and robots will shape our world and how Christian should be present in this, which in my opinion clearly aligns with Ellul’s claims on technology and the role Christians should play in this.

The author starts with a description how humans have always tried to overcome their limitations and finiteness. Humans have always tried to use technology to accomplish this and Smith explains that technology is not simply a tool but has a telos and is inherently ethical. Artificial technology, both embodied (referred to as robots) and disembodied, will interact more and more with humans in their role as friend, servant or caretaker which has countless ethical implications that are explored in various chapters in the book. One of the best contributions the book makes, is what Smith calls the “revenge of metaphysics” (16) in which he exposes the metaphysical assumptions that are underpinning AI and robots which are based on evolutionary naturalism, or as Smith puts it, “thinking about AI and robotics is built upon a mechanical metaphysic, which means there is no room for thinking about nonmaterial objects or the supernatural” (37). Underpinning this instrumental view is the belief in power and progress, which is often veiled in eloquent Silicon Valley-rhetoric, but this may have serious ethical consequences and could potentially lead to dehumanization and marginalization. Smith underscores the importance of having the societal conversation about how AI and robots should be designed and integrated in our society so they could contribute to a better world together with humans. He advocates, just like Ellul would say, that it is important for Christian AI-practitioners, legal scholars, theologians, and ethicists to partake in this discussion since the Christian anthropology and ethics offers great resources about what it means to be human and how we should relate to the other.

It will become inevitable that robots and AI will become our new neighbors in the future and become part of our moral circle. The interesting proposition that Smith develops is not that AI and robots should have moral agency, but he focusses on moral patiency which creates room for robots and AI to have personhood. He points to how humans have gone about their domestic animals for the last millennia and how animal ethics has developed, and Smith foresees a similar development with how we will adopt robots and AI in our moral circle. He argues that the biblical notion of personhood offers nonhumans legal personhood which does not mean that they are on equal moral standing with humans. Smith argues that “there may, in the present and future, be ethical reasons to grant certain qualified entities negative rights and protections because it may positively impact human and environmental flourishing to do so” (45). Granting legal rights to AI and robots is an application of theological ethics as it protects the creators and creation and still leaves room for innovation within boundaries.

The last three chapters of the book delve into specific topics around the application of AI like friendship and companion robots and the use of AI and robots in pastoral ministry. These chapters can be read independently and, in my opinion, are less well developed as the main arguments described above. Chapter 6 Robots, Racism, and Theology is an exception to this and is very well written. In this chapter Smith explores the topics of race and how existing systemic societal biases are amplified based on the biased datasets that are used to train AI and robots. Based on the biblical notion of what it means to be human he emphasizes that ethnic diversity was a reality of creation (101) and that all people are created in the image of God and we should not let AI and robots become new slaves.

Being an AI-practitioner and theologian myself I can highly recommend this book for anyone who is interested in the intersection of AI and theology. Smith does a great job in describing the ethical and theological questions surrounding this topic. Despite it is a book that is being written for a general audience, the author often presupposes metaphysical knowledge which make some parts hard to read if you are not well known to this topic. Also, his technical description how AI works is too narrow in my opinion as an AI-professional. However, all in all this book offers a great introduction into what it means to be present in a modern world with new smart neighbors called AI and robots.

Joshua K. Smith, Robot Theology: Old questions through new media. Eugene, OR: Resource Publications. 146pp.


Categorieën
AI Technologie Theologie

Podcast over AI en theologie

Wie ben ik als mens en wie mag ik zijn als mens en hoe kan ik mij verhouden tot steeds slimmer wordende technologie? Welke rol speelt Artificial Intelligence in religie en hoe kan religie van invloed zijn op AI? Vragen die aan bod komen in de podcast met ‘AI-theoloog des Vaderlands’ Jack Esselink, tevens alumnus van de faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Interviewer is Lenneke Post. Intromuziek is gecomponeerd en uitgevoerd door Heather Pinkham.

Categorieën
AI Ethiek Technologie Theologie

Recensie Robotic Persons – our future with social robots – Joshua K. Smith

Robots en theologie?

“Wat moet een recensie over een robot-boek in dit tijdschrift?” is wellicht de eerste gedachte die bij de lezer opkomt na het lezen van de boektitel. Echter de titel verraadt niet dat het gaat om een diepgaande theologische verhandeling over onze toekomst met sociale robots. Het boek is geschreven door de Amerikaanse voorganger en wetenschapper Joshua K. Smith en behelst een christelijke doordenking over wat het betekent om mens te zijn in een maatschappij waarin slimme technologie een steeds prominentere rol inneemt. Smith focust in zijn boek op sociale robots, oftewel autonome fysieke apparaten die worden aangestuurd door kunstmatige intelligentie (AI), waarmee mensen steeds frequenter en intenser interacteren. Dit soort robots bieden vele voordelen voor de mensheid, zoals dat zij vervelend en repeterend werk voor ons kunnen overnemen en dat we bijvoorbeeld geen menselijke soldaten meer hoeven te laten vechten als we dit door robots kunnen laten uitvoeren. Daarnaast gaan de ontwikkelingen razendsnel en lijken er dagelijks nieuwe toepassingen bij te komen. Echter de technische progressie gaat vele malen sneller dan de ethische reflectie die nodig is om op een verantwoorde manier met deze technologie om te gaan betoogt Smith, zodat als we niet oppassen dit zelfs tot dehumanisering kan leiden.

Imago Dei

De spannende vraag is dus hoe wij als mensen ons moeten verhouden tot slimme technologie die ons tegelijkertijd een spiegel voorhoudt, en ons dwingt na te denken wie wij zijn als mens. De auteur roept juist christenen op om mee te doen in dit maatschappelijke debat en hun theologische antropologie, waarin de mens is geschapen naar het beeld van God (Imago Dei), te plaatsen tegenover het vigerende materialistische mensbeeld. Dit mensbeeld wat gekenmerkt wordt door vooruitgangs- en maakbaarheidsdenken, zal uiteindelijk de machine steeds meer gelijkschakelen aan de mens en de mens gaan vervangen, hetgeen zal leiden verlies van menselijke waarde en waardigheid. Om dit te voorkomen pleit de auteur ervoor om robots een rechtspersoonlijkheid te geven, niet om de robots te beschermen, maar juist om de mens te beschermen.

Wat maakt dit boek interessant?

Wat dit boek interessant maakt voor de theologie professional is dat Smith een diepgaand theologisch antropologisch mensbeeld neerzet wat stevig gegrond is in metafysica en gestoeld is op degelijke exegese, en daarmee een goede bijdrage levert aan het debat over hoe wij ons als christenen moeten verhouden tot nieuwe technologie. Het nadeel van het boek is dat het wel enige filosofische basiskennis vereist om de discussie rond bijvoorbeeld het voordeel van substantie-dualisme te kunnen volgen. Maar ben je geïnteresseerd in theologie en technologie en ben je niet bang voor diepgang dan is dit boek zeker een aanrader.

Bibliografie

Joshua K. Smith, Robotic Persons: Our Future with Social Robots, Bloomington IN: WestBow 2021, 252 pp., ISBN 9781664219748.

Categorieën
AI Algemeen Technologie Theologie

Big data, apps, algoritmes en geloof in 2022

Het jaar 2022 is goed en wel begonnen of er kwamen allerlei berichten binnen die iets met AI en geloof te maken hadden, dus dat vormt een goede reden om mijn tweede blog van dit jaar (maar zeker niet de laatste) te schrijven. Ik las de eerste berichten in de Real Fake nieuwsbrief van Sander Duivestein, Menno van Doorn en Thijs Pepping. Ze besteden aandacht aan drie artikelen over religie en technologie, die stuk voor stuk het lezen waard zijn, welke ik hieronder kort samenvat.

Het eerste artikel gaat over de opkomst van een nieuw soort geloof dat gevoed wordt door de algoritmes van het internet. Het artikel beschrijft hoe jongeren steeds vaker een modulair geloof ‘bij elkaar klikken’ door allerlei elementen uit bestaande geloven en samenzweringstheorieën samen te voegen tot iets nieuws. Wat dit artikel interessant maakt is dat mensen hun geloofsovertuigingen steeds minder bij een overkoepelende bron, zoals bijvoorbeeld het christendom of de islam, vandaan halen maar dat ze iets uitkiezen wat bij hen zelf past. Tegelijkertijd zitten er universele elementen in die in elke vorm van religie terug te vinden zijn zoals goed, kwaad en een verklaring voor de zin van het leven. Ik moest hierbij denken aan de uitspraak van de Franse techniekfilosoof Jacques Ellul die boven dit artikel staat.

The elimination of traditional religions by modern culture is a process that creates new religions.”

Jacques Ellul (bron: https://ellul.org/ )

Het tweede artikel gaat over de toename in het gebruik van religieuze apps. Ondanks dat steeds meer mensen aangeven de kerk te verlaten, nam de omzet van religieuze apps in de US toe van 48,5 miljoen USD in 2020 tot 175,3 miljoen USD in 2021.  In de kerkelijke wereld wordt het steeds belangrijker om zowel fysiek als digitaal verbinding te zoeken. Door Covid19 heeft er de afgelopen twee jaar een enorme groei plaats gevonden in het gebruik van apps door kerken om vooral ook digitaal de verbinding met kerkgangers te faciliteren en vast te houden.  In het artikel worden vooral Amerikaanse voorbeelden genoemd maar in Nederland is het gebruik van apps zoals DonkeyMobile, Scipio en kerkdienstgemist.nl ook enorm toegenomen.

Het derde artikel gaat over hoe kerken door middel van big data nieuwe leden kan opsporen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van marketingtechnieken om signalen uit allerlei beschikbare informatie te halen om zo potentiële prospects een passend aanbod te doen. Concreet betekent dit dat een kerk bijvoorbeeld iemand die kampt met rouw of verdriet een concrete digitale interventie kan aanbieden om hiermee te helpen. Het is interessant om te lezen hoe marktpartijen door middel van innovatie proberen kerken te helpen maar ik heb wel mijn vraagtekens in hoeverre dit ethisch verantwoord is omdat je te maken hebt met mensen die vaak kwetsbaar zijn en je een interventie aanbiedt op basis van data waarvan je niet met zekerheid kan zeggen of er toestemming is gegeven om deze data voor dit doeleinde te gebruiken.

Het vierde en laatste artikel dat ik tegenkwam is een interessante blog van Jason Thacker waarin hij pleit voor het ontwikkelen van een Bijbelse visie op technologie. Het artikel pleit voor een bewustwording van de steeds groter wordende rol die technologie in ons leven heeft en dan met name hoe dit ons leven, onze perceptie en ons denken vormt en beïnvloedt. Thacker gebruikt mooie christelijke metaforen zoals bijvoorbeeld het discipelen door algoritmes maar is mijns inziens te generaliserend als hij het heeft over technologie in zijn algemeenheid (zie het Twitter-draadje dat ik schreef in reactie op zijn blog hieronder).

Twitterdraadje in respons op blogpost Jason Thacker

Kortom, het was een goed begin van 2022 voor mij als AI-theoloog. Ik ben benieuwd naar jouw reactie op de artikelen en wat jij verwacht dat de technologische toekomst brenge moge. Laat je reactie hieronder achter. Mocht je nog vragen hebben of mij bijvoorbeeld een keer willen uitnodigen voor het geven van een preek, spreekbeurt of workshop hierover, schroom dan niet om contact met mij op te nemen.

Categorieën
Ethiek Technologie Theologie

Jacques Ellul

De dag waarop ik deze blog schrijf (6 januari 2022) is de 110e geboortedag van Jacques Ellul, de Franse filosoof, theoloog, socioloog, jurist en historicus.

Ellul was een denker en een doener die bijna 50 boeken heeft gepubliceerd over diverse onderwerpen. Hij is toch het meest bekend geworden met zijn boeken over propaganda en de invloed van technologie op de Westerse samenleving waarbij zijn boek The Technological Society zijn meest bekende werk is. Ellul is bij het grote publiek vooral bekend om zijn sociologische werken maar hij heeft ook een hele reeks theologische en ethische boeken geschreven. Hij beschouwde deze boeken zelf vooral als tegenhanger van zijn sociologische boeken. Doorgaans wordt Ellul beschreven als een determinist, iemand die een dystopisch beeld van de invloed van technologie, of la technique zoals hij het zelf noemt, heeft. Ellul is geen makkelijke denker om te lezen en volgens hemzelf begrijp je zijn werken pas goed als je ze in samenhang leest, met andere woorden, je moet zijn theologische en sociologische boeken samen lezen. In zijn theologische werken zit volgens Ellul de vrijheid en hij vindt het ook de taak van christelijke intellectueel om hierover het publieke debat aan te gaan. Ik heb 2 jaar geleden mijn bachelor thesis voor de studie theologie over hem geschreven. In deze thesis vergelijk ik The Technological Society met het theologische werk The judgment of Jonah, Een link waar je deze thesis kan downloaden staat hieronder

Naast een denker was Ellul vooral iemand van de praxis. Hij was onder andere een tijdje loco-burgemeester van Bordeaux, hij was parttime voorganger van een protestantse gemeente, trok op met jeugddelinquenten en was een van de eerste milieuactivisten in Frankrijk. Er is nog steeds een grote community van wetenschappers die onderzoek doen naar Ellul en hier regelmatig over publiceren. Om kennis te maken met de vele werken die Ellul geschreven heeft, raad ik het boek Jacques Ellul A Companion to His Major Works van Jacob van Vleet en Jacob Marques Rollins aan. Daarnaast is er een interessant artikel geschreven in Radix waarin de COVID-tijd wordt geduid vanuit het gedachtengoed van Ellul en zijn tijdgenoot Heidegger en een podcast aflevering uit de serie Moderne Profeten over hem.